Gomeros
Groenten en maïs op erosiegevoelige percelen
Gomeros
Groenten en maïs op erosiegevoelige percelen
Groenten vlakkeveld

Resultaten 2018. Zaaiui: Niet-kerende bodembewerking, aanpassing aandrukrol, combinatie met zomergerst en schoffelen

Resultaten 2018: Erwt: Niet-kerende bodembewerking

Resultaten 2018: Aangepaste plantmachines in knolselder en kolen

Resultaten 2017: Erwt en zaai-ui: hoe kunnen we met niet-kerende bodembewerking (NKB) en de zaaibedbereiding aan de slag?

Resultaten 2017: Drempeltjes in knolselder: is een aanpassing van de plantmachine voldoende om water te bufferen tegen afstroming?

Resultaten 2016: Aanpassen van de zaaibedbereiding en niet-kerende bodembewerking bij erwt en ui


RESULTATEN 2018: ZAAIUI: NIET-KERENDE BODEMBEWERKING, AANPASSING AANDRUKROL, COMBINATIE MET ZOMERGERST EN SCHOFFELEN

In 2018 werd een proef met zaaiui aangelegd op een rood perceel in Brakel (Elst) ter vergelijking van niet-kerende bodembewerking met ploegen. Daarnaast werd ook de aandrukrol in de zaaicombinatie aangepast om het zaaibed ruwer te leggen tussen de zaailijnen. De voorafgaande zaaibedbereiding met de rotoreg bleef in alle behandelingen behouden. Uit de vorige proefjaren bleek namelijk dat bij een te ruw zaaibed de opkomst en opbrengst negatief worden beïnvloed. De vraag blijft of na een intensieve zaaibedbereiding er nog sprake kan zijn van enige erosiereductie bij niet-kerend ten opzichte van ploegen. Omdat niet-kerende bodembewerking en een ruwer zaaibed de voorbije jaren tot opbrengstderving leidden, wordt in 2018 een nieuwe erosiebestrijdende techniek uitgetest. De teelt van zaaiui werd gecombineerd met zomergerst. De idee is dat zomergerst de bodem sneller zal bedekken en voor erosiereductie kan zorgen. Naast erosiereductie onderzochten we eveneens het effect van zomergerst op de opkomst en opbrengst van zaaiui en of zomergerst kan afgedood worden zonder de groei van zaaiui te beïnvloeden.

Schoffelen in zaaiui.

De groenbedekker van gele mosterd en bladrammenas werd eind februari geklepeld. In het najaar van 2017 werd gediepgrond met een Micheltand (20-25 cm diep) voor de inzaai van de groenbedekker. Eind april 2018 werd de grond gebroken met een vaste tand tot 10-15 cm diep. Een deel van het perceel werd vervolgens geploegd waarna er werd klaargelegd met een rotoreg. Daags nadien werd er gezaaid door een zaaicombinatie met rotoreg. Het gebruik van een prismarol in de zaaicombinatie zorgde voor een iets ruwer zaaibed tussen de zaailijnen in vergelijking met de platte rol. De combinatie met zomergerst werd aangelegd in het geploegde deel waarbij zomergerst net voor de inzaai van ui werd toegepast aan een zaaidichtheid van 75 kg/ha.

   

Ruwheid zaaibed bij zaaicombinatie met platte rol (links) en prismarol (rechts) in het geploegde deel van het perceel 1 maand na zaaien. Zaaibed ligt duidelijk ruwer tussen de zaailijnen bij toepassen van de prismarol. Enkele intense regenbuien aan het begin van het seizoen zorgden voor sterke verslemping en het vrij snel 'uitwissen' van de verruwing. 

Niet-kerende bodembewerking en zaaien in enkele rijen zorgden voor een hogere opkomst wat kan gelinkt worden aan een betere vochtvoorziening uit de bodem onder de toplaag en minder verslemping van het bodemoppervlak (in geval van niet-kerend). Zomergerst had geen negatieve invloed op de gewasopkomst. Na ongeveer 4 maand na zaai werd de maximale bodembedekkingsgraad van 55-65% bereikt. Bij toepassen van zomergerst werd dit reeds 2,5 maand eerder bereikt met een bijna complete bedekking (95%). Niet-kerende bodembewerking leidde niet tot reductie in run-off en sedimentverliezen. Het vervangen van de platte rol door een prismarol op de zaaicombinatie had slechts een beperkte meerwaarde. Na enkele intense regenbuien in het begin van het seizoen waren nog nauwelijks verschillen in bodemruwheid aanwezig. Schoffelen zorgde voor het breken van de korst waardoor run-off werd uitgesteld. Eénmaal run-off optrad werd zeer veel sediment meegevoerd en nam het sedimentverlies exponentieel toe. Bij zomergerst werden run-off en sedimentverliezen herleid tot nul. De veldopbrengst bij niet-kerend was tot 10 ton/ha hoger dan bij ploegen. Het grootste aandeel uien met een geschikt caliber voor de verwerkende industrie, nl. diameter > 60 mm, werd dan weer teruggevonden bij ploegen. Zomergerst was dan wel effectief naar erosiereductie toe, op vlak van opbrengst werd een bijna maximale derving opgetekend. Aan de basis hiervan lagen het onderdrukkend effect van zomergerst (voor doodspuiten) alsook het nadelige effect van doodspuiten van zomergerst op de zaaiui.

   

Bij zaaiui in combinatie met zomergerst werd reeds na 1,5 maand een maximale bodembedekkingsgraad van 95% bereikt (links). Op hetzelfde tijdstip werd bij geen toepassing van zomergerst een bedekkingsgraad van slechts 5% opgetekend (rechts). Zomergerst zorgde voor een goede bodembedekking vroeg in het seizoen waardoor run-off en erosie sterk werden gereduceerd. 


In 2019 zal opnieuw een proef met zaaiui worden aangelegd om ploegen en niet-kerend te vergelijken. Zaaibedbereiding en zaaicombinatie zullen niet worden aangepast gezien zaaiui absoluut een fijn zaaibed vereist en het ruwer leggen van de zones tussen de zaailijnen slechts kortstondig aan het begin van het teeltseizoen soelaas kan bieden. Ook in 2019 wordt gekeken om vanaf het begin van het teeltseizoen een goede bodembedekking te realiseren door het toepassen van groencompost als mulch enerzijds en de combinatie met zomergerst anderzijds. De zomergerst zal in vergelijking met 2018 aan lagere dichtheden worden ingezaaid, nl. 15 en 30 ton/ha, en bladherbicide zal op een vroeger tijdstip, nl. na 2 en 4 weken, worden toegepast.

Meer details over de proeven zijn te vinden in het proefveldrapport: zie hoofdstuk 4


RESULTATEN 2018: ERWT: NIET-KERENDE BODEMBEWERKING EN ZAAIBEDBEREIDING

Uit de proefvelden van 2016 en 2017, bleek dat de bodembewerking en zaaibedbereiding duidelijk invloed had op de gewasopbrengst van erwten. Niet ploegen kon in sommige situaties meer vocht in de bouwvoor houden in een droge periode. Een intensere zaaibedbereiding gaf een zaaibed met minder (uitgedroogde) kluiten en een betere start van het gewas. Soms was de kwaliteit van het zaaibed beter bij niet-kerend, soms bij ploegen. Er werd in alle proefvelden tot dusver relatief weinig erosie vastgesteld, waardoor erosiereductie door andere bodembewerking eveneens beperkt was. Om meer gegevens in deze teelt te verzamelen werd door Inagro in Heuvelland in 2018 opnieuw niet-kerende bodembewerking en ploegen vergeleken. Ploegen leidde tot een hogere gewasopbrengst, maar dit is vermoedelijk gerelateerd aan de kwaliteit van het zaaibed. In het geploegde object werd de zaaibedbereiding onmiddellijk uitgevoerd na ploegen, bij niet-kerende bodembewerking een dag later. Door het uitdrogen van de bodem in het laatste geval, was het zaaibed bij niet-kerende bodembewerking ruwer en was de start van de teelt trager. Uit de regenvalsimulaties bleek dat er opnieuw weinig verschil was in erosie tussen de behandelingen. Dat erwten minder erosiegevoelig is, is te wijten aan de hoge zaaidichtheid, de relatief snelle start van het gewas waardoor snel veel bodem wordt vastgelegd door wortels en een snelle bodembedekkingsgraad. Inagro bracht de bodembedekkingsgraad en snelheid van bodembedekking van verschillende rassen in kaart.

In 2019 zullen opnieuw proeven met erwt worden aangelegd in de Vlaamse Ardennen en Heuvelland waarbij ploegen en niet-kerend met elkaar worden vergeleken. Ook de invloed van de zaaibedbereiding zal worden bestudeerd door het aantal passages met de rotoreg te laten variëren.

Meer details over de proeven zijn te vinden in het proefveldrapport: zie hoofdstuk 5

RESULTATEN 2018: AANGEPASTE PLANTMACHINES IN KNOLSELDER EN KOLEN

Teelten die aangeplant worden met een plantmachine zijn sterk erosiegevoelig omwille van het fijne plantbed. Voornamelijk de eerste weken na planten wanneer er weinig bodembedekking is, is het erosierisico groot. In 2017, werd in knolselder de erosie tussen de plantrijen aangepakt door middel van drempeltjes. Regenvalsimulaties in knolselder en spruitkool toonden echter aan dat de plantrij zelf - met name de 2 geultjes die langs beide zijden van de plantjes gemaakt worden door de aandrukwielen -  een belangrijke preferentiële weg is voor erosie. Tot 80% van de run-off tijdens een stevige regenbui vindt plaats in die geultjes. Het is dus erg belangrijk om ook afstromend water in de aangedrukte plantrijen te beperken. Dat probleem werd in 2018 op 3 proefpercelen aangepakt. Hiervoor werden open aandrukwielen met visgraatpatroon (V-press aandrukwielen) gemaakt om de aandruklijnen te verruwen en/of werd er een torsiewieder geplaatst om de aandruklijnen terug toe te strijken. In de proeven met kolen werd eveneens geplant na niet-kerende bodembewerking in plaats van ploegen en werd ook het effect van schoffelen meegenomen.

Spruitkool: V-press aandrukwielen en niet-kerende bodembewerking

Inagro legde een veldproef met spruitkool aan in Heuvelland. Bij de aanplant bleek als snel dat de V-press aandrukwielen makkelijk vol aarde liepen, waardoor ze de werking hadden van een gewoon vlak aandrukwiel. De meerwaarde was hier dus relatief beperkt. Ook in de regenvalsimulaties kwam dit niet tot uiting. In de droge zomer van 2018 werd bij de V - press aandrukwielen of na de montage van een torsiewieder geen uitval van plantjes waargenomen waardoor we ervan uit kunnen gaan dat de aandrukking van de plantjes nog altijd goed is. In de behandeling met niet-kerende bodembewerking bleven veel gewasresten aan het oppervlak en werd een erosiereductie vastgesteld. De erosiereductie bleef echter beperkt, omdat het meeste regenwater afstroomde in de bandensporen van de tractor die nog aanwezig waren in het plantbed. Dit wijst er opnieuw op dat de bandensporen zo veel mogelijk moeten gewist worden om erosie te voorkomen.

   
Planter uitgerust met torsiewieder (links) en V-press aandrukwiel (rechts). V-press aandrukwiel liep tijdens het planten na enige tijd vol met aarde en gewasresten (in geval van een niet-kerende bewerking). 

Meer details over de proeven zijn terug te vinden in het proefveldrapport: hoofdstuk 6

Knolselder: V-press aandrukwielen en torsiewieders

Inagro legde eveneens een proefveld met knolselder met een aangepaste planter aan in een geploegd perceel. Vlakke aandrukwielen werden vergeleken met V-Press aandrukwielen en torsiewieders die de aandruklijnen vlak trokken. In alle behandelingen werd gecombineerd met drempeltjes in de tussenrijen. Ook hier was het effect van de V-press aandrukwielen zeer beperkt. Er was wel een positief effect van de torsiewieders. Het vlak trekken van de bodem reduceerde de erosie met wel 50%.

Meer details over de proeven zijn terug te vinden in het proefveldrapport: hoofdstuk 7

Savooikool: niet-kerende bodembewerking, aangepaste aandrukwielen, torsiewieders en schoffelen

Half mei 2018 werd door PCG een proef in savooikool aangelegd in de Vlaamse Ardennen waarbij ploegen werd vergeleken met niet-kerende bodembewerking. Net zoals bij knolselder en spruitkool, werd ook het effect van V-Press aandrukwielen en torsiewieders onderzocht. Daarnaast werd ook het effect van schoffelen op run-off en erosie meegenomen in de proef.

Regenvalsimulatie in savooikool.

In de behandelingen met aangepaste planter werd visueel een verruwing van de aandruklijnen vastgesteld. De torsiewieders waren in staat de aandruklijnen ‘uit te wissen’ en de plantjes werden niet beschadigd tijdens het planten. Gezien het V-press aandrukwiel tijdens het planten gedeeltelijk volliep met aarde (en bij de niet-kerende behandelingen ook met gewasresten) fungeerde dit wiel na enige tijd als een plat aandrukwiel. Dit resulteerde in een goede aandrukking van de perskluitjes in alle behandelingen. Aanpassingen aan de planter leidden bijgevolg niet tot meer uitval. De gewasopkomst alsook de bodembedekkingsgraad vertoonden een gelijkaardig verloop bij ploegen en niet-kerende bodembewerking. Na ongeveer 1,5 maand na planten werd bij alle behandelingen de maximale bodembedekkingsgraad bereikt. Ondanks de zware korstvorming bij de start van de regenvalsimulaties, werden bij niet-kerende bodembewerking en de torsiewieder run-off en sedimentverliezen gereduceerd . Schoffelen zorgde voor het breken van de korst waardoor run-off werd uitgesteld. Eénmaal run-off optrad werd zeer veel sediment meegevoerd en nam het sedimentverlies exponentieel toe. De veldopbrengst was nagenoeg gelijk bij de geploegde als bij de niet-kerende bodembewerking, 57,5 vs. 55,5 ton/ha. Gezien de aanpassingen aan de planter geen invloed hadden op de opkomst en uitval was er bijgevolg geen opbrengstderving.

     

Resultaat van het planten van savooikool met plat aandrukwiel (links), plat aandrukwiel met torsiewieder (midden) en V-press aandrukwiel (rechts) in het geploegde deel van het perceel. Visueel kan een verruwing van de aandruklijnen worden vastgesteld wanneer een V-press aandrukwiel of een torsiewieder wordt gebruikt tijdens het planten. 

Meer details over de proeven zijn terug te vinden in het proefveldrapport: hoofdstuk 8

Bloemkool: proeven in 2019

Op basis van de resultaten behaald in 2018, worden in 2019 2 proefvelden aangelegd met bloemkool, waarbij de aangepaste planters verder worden gefinetuned. Er zijn verdere aanpassingen van de V-press aandrukwielen zodat deze niet meer vol aarde lopen. Het effect van de torsiewieders zal opnieuw worden getest, evenals het niet-kerend bewerken. De sporen van de tractor zullen bovendien worden uitgewist.

Aangepaste aandrukwielen. Het is de bedoeling om de plantgeul zo ruw mogelijk achter te laten maar toch overal voldoende aandrukking te hebben. 

RESULTATEN 2017: ERWT EN ZAAI-UI: HOE KUNNEN WE MET NIET-KERENDE BODEMBEWERKING (NKB) EN DE ZAAIBEDBEREIDING AAN DE SLAG?

Begin mei 2017 werd een veldproef met erwt aangelegd in de Vlaamse Ardennen. Net zoals in 2016 werd een diepe NKB vergeleken met ploegen en werd geëxperimenteerd met een ruwer zaaibed. De groenbedekker, een mengsel van facelia en Japanse haver, werd voorafgaand geklepeld en de gewasresten bleven behouden aan het bodemoppervlak bij NKB. Regenvalsimulaties –hierbij wordt een hevige bui (40-50mm in 1h15) nagebootst in het veld- wezen uit dat er weinig tot geen erosie was bij NKB. Dit in tegenstelling tot bij ploegen waar een groter risico op erosie met afname in bodemruwheid en dus een fijner zaaibed werd vastgesteld. Hoewel de gewasopkomst initieel iets lager was bij NKB dan bij ploegen, is er een maand na zaai nauwelijks een verschil in opkomst en gewasgroei tussen beide bodembewerkingen. Anderhalve maand na zaai werd de maximale bedekkingsgraad van de bodem door erwt bereikt welke door het droge voorjaar lager was dan verwacht. De veldopbrengst erwten bedroeg gemiddeld 10 ton/ha (incl. peul) met een duidelijke toename in opbrengst bij toename in intensiteit van zaaibereiding voornamelijk na ploegen. De veldopbrengst was gemiddeld 20% lager bij NKB in vergelijking met ploegen, nl. 8,7 vs. 11,3 ton/ha.


Gewasresten groenbedekker duidelijk aanwezig aan bodemoppervlak bij NKB


Snelle bodembedekking door erwt met maximale bedekkingsgraad bereikt na 1,5 maand



Meer details over de proeven zijn te vinden in het proefveldrapport: zie 
hoofdstuk 4 (Best openen met Google Chrome).

In Riemst werd een tweede vergelijkende veldproef aangelegd in erwt. In het najaar van 2016 werd na een diepe niet-kerende bodembewerking een mengsel van bladrammenas en gele mosterd ingezaaid op het perceel. De groenbedekkers ontwikkelden zich goed en vroren ’s winters volledig kapot. In het voorjaar werd de proef aangelegd. Voorjaarsploegen – geen gangbare praktijk in de regio, winterploegen is de standaard – werd er vergeleken met enkel een oppervlakkige bewerking en met een diepe niet-kerende bodembewerking met een vaste tandcultivator. Op het perceel werd de voorbije 7 jaar niet kerende bodembewerking toegepast. Hierdoor was de infiltratiecapaciteit van het perceel bijzonder hoog. Geen enkele behandeling vertoonde tijdens de regenvalsimulaties een sterke runoff. Na het voorjaarsploegen op een zware leembodem was het moeilijk om het zaaibed voldoende fijn te leggen. Hierdoor werd onvoldoende diep gezaaid met een slechte opkomst, tragere gewasontwikkeling en een lagere opbrengst tot gevolg. In de zeer droge omstandigheden tijdens het voorjaar van 2017 bleek de minst intensieve manier (oppervlakkige zaaibedbereiding) van bewerken de beste. Dit onderbrak de capillaire opstijging van vocht het minste waardoor hier de beste opbrengst behaald werd.


Zware kluiten aan het oppervlak na ploegen (rechts) en een veel fijner bodemoppervlak bij bewerking met een vaste tandcultivator (links).


Gewasontwikkeling van de erwten gezaaid na NKB (links) en na ploegen (rechts) enkele weken na zaaien.


Meer details over de proeven zijn te vinden in het proefveldrapport: zie 
hoofdstuk 5 (Best openen met Google Chrome).

Half april 2017 werd een proef met zaaiui aangelegd in de Vlaamse Ardennen, waarbij zoals in 2016 NKB en ploegen werden vergeleken en gevarieerd werd in ruwheid van het zaaibed. De voorteelt savooikool werd geklepeld en ondiep gefreesd waardoor ook bij NKB nagenoeg alle gewasresten werden weggewerkt. Regenvalsimulaties -30-40 mm in 1u15- toonden aan dat voornamelijk de ruwheid van het zaaibed een positieve invloed had op reductie van erosie. De gewasopkomst was gemiddeld 10% lager bij NKB dan bij ploegen maar een fijner zaaibed leidde bij beide bodembewerkingen tot een betere opkomst en gewasgroei. Na ongeveer 3,5 maand werd de maximale bedekkingsgraad bereikt met een blijvend verschil tussen ploegen en NKB. De afrijping, waarbij gekeken wordt naar het percentage gestreken loof, verliep trager bij NKB. De veldopbrengst bedroeg gemiddeld 40 ton/ha met een positieve invloed van intensiteit van zaaibereiding zowel bij ploegen als NKB. Het aandeel uien geschikt voor de verwerkende industrie (met een caliber >60 mm) was gemiddeld 10% kleiner bij NKB dan bij ploegen.


Ruwheid van het bodemoppervlak had een duidelijk positief effect op erosie


Tragere afrijping weerspiegeld in minder gestreken loof bij NKB (links) dan bij ploegen (rechts) tijdens waarneming op 18 augustus 2017


Meer details over de proeven zijn te vinden in het proefveldrapport: zie 
hoofdstuk 6 (Best openen met Google Chrome).


RESULTATEN 2017: DREMPELTJES IN KNOLSELDER: IS EEN AANPASSING VAN DE PLANTMACHINE VOLDOENDE OM WATER TE BUFFEREN TEGEN AFSTROMING? 

In de teelt van knolselder wordt omwille van verschillende teelt– en bedrijfsspecifieke redenen niet of weinig geschoffeld. Hierdoor is het mogelijk om in de onbewerkte strook tussen de plantrijen drempeltjes aan te leggen. Hiervoor bevestigden we op de kooirol van de plantmachine metalen rechthoekige profielen, waardoor de aanleg van die drempeltjes/putten kon gebeuren tijdens de aanplant zelf en er geen extra werkgang nodig was. De metalen profielen op de kooirol waren – logischerwijs – iets minder breed dan de breedte tussen de plantelementen. Ze waren ook geschrankt gemonteerd zodat de plantmachine niet schokt bij de aanleg. De kluitenruimer die voor de plantkouters gemonteerd was wier bovendien evenwijdig met de plantrij een dammetje op dat de gevormde putjes afsloot zodat geen water vanuit de gevormde putjes naar de plantrij stroomde. Neerslagsimulaties toonden aan dat de drempeltjes werken. Er bleef duidelijk water tussen de drempels staan, maar het gros van de runoff en erosie trad op in de plantrij zelf. Dit probleem trachten we de komende jaren aan te pakken.


Door de metalen uitsteeksels geschrankt op de kooirol te monteren, verloopt het planten zonder schokken en is de plantdiepte overal even diep.


Afgesloten putjes tussen de plantrijen houden een deel van de gevallen neerslag vast. Het gros van de runoff en erosie treedt op in de plantrij zelf.

Meer details over de proeven zijn te vinden in het proefveldrapport: zie hoofdstuk 7 (Best openen met Google Chrome).

RESULTATEN 2016: AANPASSEN VAN DE ZAAIBEDBEREIDING EN NIET-KERENDE BODEMBEWERKING BIJ ERWT EN UI 

In 2016 legde het Gomeros-project proeven aan met erwten te Zottegem en zaai-ui te Oudenaarde. In beide proeven werd het effect van ploegen vergeleken met niet-kerende bodembewerking en werd geëxperimenteerd met de zaaibedbereiding. Voor zaaibedbereiding werden de rotoreg aan 540tpm en 1000tpm, de schijveneg en een tandencombinatie ingezet, allemaal met als doel het zaaibed ruwer te leggen en afstromend water tegen te houden. De rotoreg van de zaaimachine werd, uitgezonderd bij de referentie, ondiep ingesteld om de zaaibedbereiding te behouden.


Zaaibedbereiding met rotoreg aan 540 tpm (links) en 1000 tpm (rechts)

De erwten werden gezaaid kort na het nemen van een snede en vernietigen van raaigras. Het gras laat veel gewasresten achter die erosie kunnen voorkomen, maar die vormen ook een sterke hinderpaal voor kwalitatieve zaai van de erwten in het bijzonder bij niet-kerende bodembewerking. De opkomst van erwten in de niet-kerende bodembewerking was het hoogst bij zaaibedbereiding met schijveneg waarbij gewasresten worden gesneden en ingewerkt. Dit ligt in lijn met de geschiktheid van de schijveneg als bodembewerking om te zaaien onder gewasresten. De keuze voor een andere groenbedekker zoals facelia of gele mosterd, of het voldoende vroeg afdoden van de graszode is noodzakelijk. Dit betekent echter het verlies van een snede of het herwerken van de vruchtwisseling.

Op basis van de erwtenproef kan geen éénduidig besluit getrokken worden naar verschillen in opbrengst en erosiereductie toe. In de geploegde behandeling bleek dat de sedimentconcentratie in het oppervlakkig afstromende water wel meer dan dubbel zo hoog was dan waar niet-kerend werd gewerkt.


Aanleg proef erwten in een ruw zaaibed

Zaai-ui volgde op gele mosterd, maar bij de zaai was er praktisch geen bodembedekking meer. Uit de erosiesimulaties bij de proef met zaai-ui bleek dat er in de referentie de grootste kans op erosie was. De ruwheid van het zaaibed had meer effect op erosie dan ploegen versus niet-kerende bodembewerking.

Het erosiebeperkend effect van het ruwe zaaibed was echter variabel. Bovendien had het wel een duidelijk negatief effect op de gewasopkomst. De opkomst in de referentie was 99%, maar slechts 63% bij niet-kerende bodembewerking + schijveneg en 85% bij ploegen + schijveneg. Het zaaibed van zaai-ui moet voldoende fijn zijn en de rotoreg op de zaaimachine diep genoeg ingesteld worden om een goede opkomst te verzekeren.

Het effect van de bodembedekking en de ruwheid van het zaaibed binnen vlakveldse groenteteelten zal verder onderzocht worden in 2017.

Meer details over de proeven zijn te vinden in het proefveldrapport - zie hoofdstuk 7 voor erwt en hoofdstuk 8 voor zaai-ui (Best openen met Google Chrome).










   
Resultaat van het planten van sa