Voor 2019 werd een uitzondering bekomen voor de inzaai van wintergraan als nateelt. In eerste instantie telde het areaal wintergraan enkel mee binnen het doelareaal als dat werd voorafgegaan door een niet-nitraatgevoelige hoofdteelt. Dit werd gewijzigd en is nu ook mogelijk voor nitraatgevoelige hoofdteelten. Ook het doelpercentage wordt bijgesteld, omdat er bij die berekening enkel rekening gehouden was met de teeltcombinatie (hoofdteelt + nateelt) en niet met de inzaaidatum.

Doelareaal vanggewassen: wintergraan telt mee en wijzigingen in oppervlakte

Voor 2019 zal wintergraan als nateelt altijd meetellen als vanggewas. Dit kan dus binnen iedere teelt en op ieder moment in het najaar van 2019. Dus een inzaai van wintertarwe op 20 oktober na herfstprei zal meetellen als doelareaal. Als landbouwer dien je deze wijziging wel voor eind oktober door te voeren op de verzamelaanvraag.  

Ook de referentiepercentages van de vanggewassen voor MAP 6 bij individuele landbouwers wordt herberekend. In de verzamelaanvragen van 2016, 2017 en 2018 werd bij silomais, korrelmais, aardappelen en uien een overschatting gemaakt. Dit omdat bij deze teelten, gevolgd door een vanggewas, namelijk de volledige oppervlakte werd meegerekend. In de praktijk was dit vanggewas niet steeds ingezaaid voor de uiterste inzaaidatum die momenteel van toepassing is (15 september na uien, 15 oktober na mais en aardappelen).

Uit cijfers van de praktijkcentra en het departement Landbouw en Visserij is inmiddels gebleken dat bij 60% van de silomais, bij 45% van de aardappelen, bij 25% van de uien en bij korrelmais nooit tijdig gerooid en een vanggewas ingezaaid werd. Op basis van deze cijfers zal de Mestbank ook het individuele referentiepercentage corrigeren en het doelareaal opnieuw berekenen. Deze herberekening zal wel pas in de loop van december rond zijn en dan meegedeeld worden.

Bron: Boerenbond