Spint of mijt, je bent ze liever niet rijk, maar kwijt. Roofwantsen, rovende  trips en rovende mijten zijn hierbij meer dan welgekomen gasten. Hoe herken je ze en wat kan je doen om ze te helpen? We stellen ze graag eens aan je voor.

Mijten in je teelt? Rovers in beeld.

Roofwantsen
Omdat ze in verschillende verschijningsvormen voorkomen, herken je ze het best door aan de onderkant van het blad te speuren naar actief rondlopende beestjes. Eén van de meest voorkomende groepen roofwantsen zijn donkerbruin tot zwart van kleur met op het uiteinde van het lijfje een lichtere kleur. De beestjes zijn heel klein (2 tot 3 mm) maar als ze zich te goed doen aan bladluizen en -vlooien, trips, spintmijten, jonge rupsen en eitjes, insecten, … kan je ze ook herkennen aan hun duidelijke steeksnuit.

TIP
Stuifmeel en een plaats om te overwinteren zijn ideaal. Voorzie daarom voldoende bloeiende planten en bomen (wilgen zijn ideaal omdat ze, naast een overwinteringsplaats tijdens de winter, al vroeg in het voorjaar pollen geven) en een houtkant of een haag.  



Rovende trips
Net als de roofwantsen zijn het bijzonder actieve beestjes. Rovende trips zijn heel smal en langwerpig (tot maximum 2,5 mm) maar je kan ze gemakkelijk herkennen aan de zwart-witte zebrastrepen op hun achterlijf.  

2019-07-29-AM-trips.jpg

TIP
Ook zij zijn gebaat bij stuifmeel, dus bloeiende planten zijn aan te raden.  



Rovende mijten
Omdat ze maar een halve millimeter groot zijn, zal je ze heel moeilijk kunnen opmerken maar als je denkt ze te zien en ze goed bestudeert, zal je merken dat ze 8 poten hebben, net als spinnen.  Ze zijn vaak bruingeel van kleur.

2019-07-29-AM-mijt.jpg

TIP
Een perceelsrand met wat boomschors vormt de ideale uitgangsbasis om zich naar je perceel te verspreiden.  



Voor meer info kan je terecht bij:
Thomas Van Loo
051 27 32 32
thomas.vanloo@inagro.be


Ruben Mistiaen
051 27 33 19
ruben.mistiaen@inagro.be