Water beschikbaar hebben en het beschikbare water doordacht inzetten, wordt steeds meer een prioriteit voor land- en tuinbouwers. Dat bleek onder meer uit de langere droogteperiodes in 2017 en 2018. In het project ‘Irrigatie 2.0’ willen we daarom telers vertrouwd maken met een beredeneerde watergift in termen van welke percelen er prioritair zijn om te beregenen en hoeveel water er hiervoor nodig is. Ook wordt aandacht besteed aan de beschikbaarheid van kwalitatief irrigatiewater en de economische haalbaarheid.

Irrigatie 2.0: wanneer waar welk water?

Waterbehoefte op perceels- en bedrijfsniveau
In dit project houden we rekening met de actuele vochttoestand van de bodem en met de waternood van het gewas. Hierbij focussen we op drie teelten die vaak geïrrigeerd worden: aardappel, bloemkool en spinazie. Verspreid over Vlaanderen volgen we vanaf dit jaar verschillende praktijkpercelen met deze teelten intensief op met bodemvochtsensoren, periodieke bodem- en gewasstaalnames en satellietbeelden. De verzamelde gegevens over de actuele waterbeschikbaarheid en de gewasgroei zullen gebruikt worden als input voor een gewasgroeimodel dat specifiek ontwikkeld is voor irrigatiedoeleinden. Hiermee kunnen we de waternoden van de gewassen voorspellen, zodat er efficiënter kan beregend worden. Deze info wordt vervolgens opgenomen in een gebruiksvriendelijk online platform waarin de irrigatiebehoefte op perceelsniveau gevisualiseerd zal worden.

Bodemvochtstation3.jpg
aardappel_irr.jpg
Verschillende praktijkpercelen aardappel, bloemkool en spinazie, worden intensief opgevolgd met een bodemvochtstation (continue registratie van de zuigspanning, het volumetrisch bodemvochtgehalte, de bodemtemperatuur en neerslag) en periodieke bodem- en gewasstaalnames.

Gebruik van alternatieve waterbronnen als irrigatiewater
In tijden van waterschaarste is, naast de beschikbaarheid van voldoende irrigatiewater, ook de kwaliteit van het irrigatiewater vaak een heikel punt. Om inzicht te krijgen in de haalbaarheid van het gebruik van alternatieve waterbronnen, startte Inagro dit jaar met een irrigatieproef waarin verschillende types gezuiverd afvalwater worden ingezet voor de beregening van aardappel, spinazie en bloemkool. Hiermee willen we het effect van frequent herhaalde irrigatie met deze alternatieve waterbronnen op de opbrengst en de kwaliteit tijdens de teelt en bij oogst nagaan. Daarnaast hebben we ook aandacht voor de lange termijn effecten van irrigeren met deze waterbronnen op de bodem. Concreet focussen we op gezuiverd afvalwater van zowel de diepvriesgroenten-, als aardappelverwerkende sector en het gezuiverd water van Aquafin. Aangezien het gezuiverd afvalwater van Ardo reeds geschikt is voor irrigatiedoeleinden, kozen we ervoor om dit water niet te gebruiken voor deze proef. Sinds dit jaar kunnen de coöperanten van INERO cvba het water van Ardo immers inzetten voor de beregening van hun gewassen.

We zaaiden dit voorjaar een eerste proef spinazie onder regenkappen (25 april). In het begin van de teelt beregenden we uitsluitend met regenwater. Vanaf het moment van exponentiële groei (6-8° bladstadium) is de vochtvraag bij spinazie het hoogst. Vanaf dan startten we met het beregenen met gezuiverd afvalwater. In totaal beregenden we over de hele teeltperiode 50 mm gezuiverd afvalwater (10 mm op 27 mei, 20 mm op 31 mei en 20 mm op 5 juni). Tijdens de oogst op 12 juni merkten we weinig verschil op vlak van  totale opbrengst na irrigatie met deze drie types gezuiverd afvalwater en de controle (enkel beregend met regenwater). Wel scoorde de spinazie, beregend met het gezuiverd afvalwater uit de diepvriesgroenten- en aardappelverwerkende sector, kwalitatief minder goed omwille van fytotoxiciteit op de bladeren. Dit is wellicht het gevolg van bladverbranding door de hoge geleidbaarheid (EC-waarde) van het ingezette water (> 4500 µS/cm). Na beregenen met water van Aquafin merkten we daarentegen bij oogst geen fytotoxiciteit op. Naast spinazie volgen we in deze proef eveneens (vroege) aardappelen op en begin juli planten we bloemkool aan die ook zal beregend worden met dit gezuiverd afvalwater.

folietunnelserres.jpg
In elke folietunnelserre werd de spinazie beregend met een specifiek type gezuiverd afvalwater (in totaal 50 mm over de volledige teeltperiode). Daarnaast was er een controle die enkel werd beregend met regenwater.  

Fytotox.jpg
Fytoxiciteit op spinazie (bladverbranding) als gevolg van beregenen met gezuiverd afvalwater met EC-waarden boven 4500 µS/cm.

Meer info

Wil je meer info over het Irrigatie 2.0-project, dan kan je terecht bij Tim De Cuypere via tim.de.cuypere@inagro.be of 051 27 32 87

partners.PNG

Het VLAIO LA-traject ‘Irrigatie 2.0: Wanneer waar welk water?’ startte op 1 oktober 2018 en kent een totale duurtijd van 4 jaar. Inagro coördineert het project en kan rekenen op de medewerking van het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) en de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO). Het onderzoek wordt gefinancierd door het Agentschap Innoveren en Ondernemen en diverse co-financiers.



Gekoppelde thema's & sectoren: Akkerbouw | Biologische Productie | Groenten Open Lucht | Water | Smartfarming