Uit onderzoek blijkt dat de consument bereid is een meerprijs te betalen voor een vleeskip waarvan de productie afgestemd is op de leefomstandigheden, de gezondheid en de smaak. Zo’n lokaal gekweekte kip kan een plaats krijgen op de Vlaamse markt, naast de traditionele vleeskip en biokip. Inagro, ILVO, Universiteit Gent, Proefbedrijf Pluimveehouderij en de Landsbond tasten momenteel de mogelijkheden in Vlaanderen af in het project De andere kip. Dat doen ze in denktanks, samen met pluimveehouders en andere spelers in de keten. Op donderdag 14 maart verwelkomen ze geïnteresseerde pluimveehouders op een demomoment.

Keten ontwikkelen voor "andere kip" op Vlaamse markt

De consument wil meer betalen voor een vleeskip die in optimale omstandigheden leeft. Dat biedt mogelijkheden aan Vlaamse pluimveehouders, die zo’n “andere kip” als marktverbredingsstrategie kunnen opnemen in hun bedrijfsstrategie. Een lokaal product is ook interessant voor de retail, die de vraag van de consument kan beantwoorden zonder afhankelijk te zijn van buitenlandse kwekers.

Ketenontwikkeling met meerwaarde voor alle partijen
Sinds 1 januari 2018 slaan Inagro, ILVO, Universiteit Gent, Proefbedrijf Pluimveehouderij en de Landsbond de handen in elkaar om die alternatieve kip op de markt te brengen. Daarvoor verdiepen ze zich in verschillende facetten van de productieketen: de dierengezondheid, het management van het pluimveebedrijf, de vermarkting, de ketenontwikkeling en de bedrijfseconomie.
 
“In dit demonstratieproject gaan we voluit voor een bottom-upaanpak”, vertelt Evelien Lambrecht, adviseur business development bij Inagro. “We willen demonstreren hoe een alternatieve vleeskip vanuit een coöperatieve samenwerking in de Vlaamse markt gezet kan worden. Vertrekkende vanuit de producent ontwikkelen we een keten met meerwaarde voor alle partijen: producent, distributeur en retailer.”
 
Twee concrete concepten uitgedacht in overleg met sector
20180305_113155_uitgeknipt.jpgIn een voorbereidende fase bundelden de projectpartners kennis over alternatieve productiemethodes, samenwerkingsverbanden en marketingstrategieën in de binnen- en buitenlandse markt. In denktanks zoeken ze samen met pluimveehouders en andere ketenactoren naar mogelijke oplossingen voor hindernissen. De eerste denktanks leverden al heel wat concrete inzichten op omtrent onder meer dierenwelzijn, duurzaamheid, vermarkting en consumententrends.
 
Op basis van die inzichten en de eerdere voorbereiding werden twee concrete concepten uitgewerkt: een concept dat zich specifiek toelegt op smaak en dierenwelzijn en een tweede concept dat inspeelt op de impact van de kweek op het milieu. De projectpartners werken beide concepten momenteel uit op demoschaal. In het najaar kunnen pluimveehouders demonstraties bijwonen in de proefomgeving.
 
Bezoek aan Nederlandse stallen op 14 maart
Om pluimveehouders nu al kennis te laten maken met de "andere kip" organiseren de projectpartners op 14 maart een uitstap naar Nederland. Op het programma staan een bezoek aan twee alternatieve stallen in Nederland en een discussie over haalbare mogelijkheden voor de Vlaamse markt.
 
Pluimveehouders die interesse hebben in (de resultaten van) het project of willen deelnemen aan een denktank of demomoment, kunnen contact opnemen met Evelien Lambrecht via evelien.lambrecht@inagro.be.
 
> Bekijk het programma van de studiedag op 14 maart.
 
 
Focus op randvoorwaarden en consumentenvraag in eerste denktank
In de eerste denktank bogen de projectpartners, pluimveehouders en ketenactoren zich over de randvoorwaarden op de Vlaamse markt. De deelnemers identificeerden de eisen en verwachtingen waaraan het pluimveebedrijf en de toeleverende actoren moeten voldoen om de ideale “andere kip” te produceren.
Vrije uitloop. De consument heeft interesse in een kip die buiten loopt. Maar verschillende factoren bemoeilijken de vrije uitloop van vleeskippen. Denk bijvoorbeeld aan de beperkte beschikbare ruimte in Vlaanderen, ziekteproblematiek als wormen, salmonella en vogelgriep, puntvervuiling van de bodem door mest aan het begin van de uitloopweide, schaduw voor de kip en mogelijkheid om de kip te vangen. Ook de beperkte levensduur van vleeskippen bemoeilijkt vrije uitloop, omdat de slachtleeftijd bijna gelijk is aan de leeftijd waarop de kip voor het eerst buiten kan. De consument duidelijk informeren over de voor- en nadelen van vrije uitloop is dus belangrijk. Een wintertuin waarin kippen zich in de buitenlucht bevinden, op een vaste vloer en onder een afdak lijkt een interessante compromis.
 
Dierenwelzijn. Een hoger dierenwelzijn gaat vaak gepaard met een lagere rendabiliteit en duurzaamheid, hoewel het moeilijk is om die factoren te scoren. Uitkipping in de stal in plaats van de broeierij is een interessante denkpiste, omdat het transport de eendagskuikens mogelijks stress bezorgt. Daarnaast kan daglicht in de stal bijdragen aan de perceptie rond dierenwelzijn, ook al is de invloed op prestaties niet eenduidig. Om natuurlijk gedrag en pootgezondheid te stimuleren, kunnen pluimveehouders de bezettingsdichtheid optimaliseren en verrijkings- en afleidingsmateriaal voorzien.
 
Duurzame voedersamenstelling. In de denktanks wordt gesteld dat een kip een omnivoor is, maar dat plantaardige voeding aanvaardbaar is. Alternatieve eiwitbronnen, lokale grondstoffen, minder soja, GGO-vrije voeders of biovoeders zijn interessante mogelijkheden om de voedersamenstelling duurzaam te maken. Aandacht voor de optimale voederconversie is daarbij ook belangrijk.
 
Verwachtingen van de consument. Een lage CO2-voetafdruk en mals vlees met een goede smaak zijn twee belangrijke eisen die de consument stelt. De keuze van het type kip kan daaraan bijdragen. In de denktank werd gesteld dat het ook belangrijk is om consumenten een duidelijk beeld te geven over de kweek van kippen. Een stalinrichting met glazen wanden en camerabewaking zijn mogelijke opties. Mogelijke ingrepen op het niveau van de toeleverende actoren zijn mobiel of op het pluimveebedrijf slachten en extra trainingen voor vang- en slachthuispersoneel.
 
Vermarkting. Onderscheidend zijn, ook op lange termijn, is belangrijk om het product in de markt te zetten. Een eerste stap om dat te bereiken, is nagaan wat de markt echt wil en wat de consument wil betalen. Daarnaast is vierkantsverwaardig, waarbij elk deel van de kip gebruikt wordt, cruciaal. Ook is het belangrijk dat elke schakel in de keten vergoed wordt voor de geleverde inspanningen.
 
Consumentenvraag blootgelegd in tweede denktank
In de tweede denktank stond de consumentenvraag centraal. Marktgericht denken, rekening houdend met de consumptietrends en het consumptiegedrag in Vlaanderen, en samenwerking over de schakels heen zijn noodzakelijk om de alternatieve kip aan de man te brengen.
Consumptietrends. In de denktank werd gesteld dat de kip een goed imago heeft. In de korf vlees, vis, gevogelte en vleesvervangers neemt het belang van kip toe. Prijs blijft een belangrijk aankoopcriterium, maar uit een rondvraag bij honderd Vlamingen blijkt dat consumenten bereid zijn om een meerprijs van 0,8 tot 1 euro per kilogram te betalen voor een meerwaardekip. Daarnaast kwamen de trends ‘back to basics’ en duurzaamheid aan bod, net als het feit dat consumenten eerder op zoek zijn naar delen van de kip dan volledige kippen.
 
Overtuiging. In de discussieronde vroeg een deelnemer naar welke aspecten consumenten werkelijk op zoek zijn bij de aankoop van een meerwaardekip. Retailers geven aan dat dat moeilijk te achterhalen is. Gezondheid, duurzaamheid en dierenwelzijn spelen mogelijks een belangrijke rol, maar de waarde van elke individuele factor wijzigt volgens de berichtgeving in de media. Een goed verhaal is dus ook belangrijk om een nieuw product in de markt te zetten. Denk bijvoorbeeld aan de inspirerende getuigenis van Brasvar, die tot stand kwam op initiatief van de primaire sector.
 
Concrete concepten vormgegeven in derde denktank
Op basis van alle bevindingen en rekening houdend met het huidige aanbod op de markt werden twee concrete concepten uitgedacht in de derde denktank. De deelnemers beslisten om in te zetten op een concept dat zich specifiek toelegt op smaak en dierenwelzijn en een tweede concept dat inspeelt op de impact van de kweek op het milieu.
Concept 1. Er wordt gewerkt met een traag groeiende kip, een lagere bezettingsdichtheid en voorzieningen als strobalen en zitstokken. Daarnaast wordt de mogelijkheid van uitkipping in de stal nagegaan. Bovendien zal extra aandacht gaan naar welzijns- en gezondheidsbepalingen. Een rendabiliteitsstudie moet uitwijzen of er ook een wintertuin geïnstalleerd zal worden.
 
Concept 2. Er wordt gewerkt met een traditionele kip die geboren, gekweekt en geslacht wordt in België. De afstanden tussen broeierij, kwekerij en slachthuis zijn dus minimaal. De mogelijkheden van een gesloten kringloop staan centraal.
 
 
Meer info
Evelien Lambrecht
Adviseur business development
E evelien.lambrecht@inagro.be
T 051 14 03 49
 
Kathleen Storme
Adviseur bedrijfsontwikkeling
E kathleen.storme@inagro.be
T 051 27 33 87
 
DeAndereKipLogobanner.jpg

 
Gekoppelde thema's & sectoren: Landbouw In Zijn Omgeving | Pluimveehouderij