Net als bij de andere akkerbouwteelten valt de oogst van koolzaad dit jaar vroeger dan gewoonlijk. Op dinsdag 4 juli bezochten we verschillende percelen in West-Vlaanderen om het vochtgehalte te bepalen. De waarden varieerden tussen de 11,7 en 19 %. Op de percelen waar we een laag vochtgehalte vaststelden, zal de oogst binnenkort gebeuren. Om de oogst vlot binnen te halen zijn correcte instellingen aan de pikdorser belangrijk. Lees ze in dit nieuwsbericht!  

Hoe en wanneer koolzaad oogsten?

Vochtbepalingen (observatie 4 juli 2017)

De afrijping van de hauwen gebeurt van onder naar boven. De kleur van de hauwtjes zal geleidelijk evolueren van groen naar geel. Het koolzaad is pas rijp wanneer de hauwtjes een beige-achtige kleur hebben en er een vochtgehalte wordt gehaald van 9 %. Het stro kan dan nog gedeeltelijk groen zijn.

De vochtmetingen gebeurden op dinsdag 4 juli tussen 10.00 en 16.00 uur. Het was toen een matig zonnige dag. Het vochtgehalte varieerde tussen de 11,7 en 19 %, afhankelijk van het ras, de zaaidatum en de grondsoort.

 

LocatieVochtgehalte (%)
Wilskerke proefveld12,3
Wilskerke16
Geluwe12,1
Veurne 118,8
Zande - proefveld12,1
Zande14,7
Lo-Reninge16,1
Veurne 217,4

 


Op de percelen waar we een vochtgehalte van 12 tot 13% vaststelden, zal de oogst snel dichterbij komen. Op een zonnige dag kan het vochtgehalte snel 2 tot 3 % dalen. Afhankelijk van de neerslag die donderdag nog zal vallen, mikken we om zaterdag te oogsten.

Afhankelijk van de weersomstandigheden kan de oogst op de andere percelen nog wat uitgesteld worden. De koolzaadrassen zijn op vandaag een stuk peulvaster dan vroeger, waardoor ze een regenperiode kunnen trotseren. Let wel op met de percelen waar veel legering optreedt. We zien daar vooral duivenschade en vroegtijdig openbarsten van de hauwtjes.

De oogst

Mits de correcte instellingen aan de pikdorser kan je de oogst vlot binnenhalen:      

  • minstens één kantmes aan de zijkant van het maaibord;
  • een verlengd maaibord is aanbevolen (200 kg/ha minder oogstverliezen);
  • de haspel in hoge stand, ver naar achter, traag doen draaien (niet kammen);
  • zo hoog mogelijk maaien. Zo wordt de dorscapaciteit verhoogd en het zaad niet bevochtigd;
  • dorstrommel 500-700 toeren/min;
  • dorskorfopening: ¾ openzetten om een goede strodoorgang toe te laten;
  • windsterkte regelen, zodat je voldoende reiniging hebt zonder zaadverlies (max. 40 % open).
 
Meer info
 
Voor info of met teelttechnische vragen kan je terecht bij:    
 
Gekoppelde thema's & sectoren: Akkerbouw