NieuwsVanstaen Melanie, donderdag 02 juni 2016

Op stap met beleidsmakers, ambtenaren en consulenten



Artikels

Op dinsdag 31 mei namen een 40-tal geïnteresseerden deel aan de beleidsnamiddag in het kader van publiekscampagne Schoon Boeren. In één namiddag bezocht de groep drie bedrijven. De bedrijfsleiders schetsten telkens kort de evolutie van het bedrijf en haalden knelpunten en uitdagingen voor hun bedrijfstak aan. Een of meerdere deskundigen gaven telkens wat meer uitleg over specifieke beleidsthema’s.

Op stap met beleidsmakers, ambtenaren en consulenten

In het najaar van 2015 lanceerden Inagro en de provincie West-Vlaanderen samen met Roeselare, Izegem, Moorslede en Ledegem de derde editie van de campagne 'Schoon Boeren, duurzame landbouw in eigen streek'. Deze publiekscampagne vertelt het verhaal van acht land- en tuinbouwbedrijven uit de regio en hoe zij verschillende aspecten van duurzame landbouw op hun bedrijf concreet invullen. Maak kennis met de acht bedrijven op www.schoonboeren.be.

Hoewel de campagne in eerste instantie gericht is naar het brede publiek, hebben we de kans gegrepen om ook deze namiddag voor beleidsmakers te organiseren. Door samen met land- en tuinbouwers in te gaan op bedrijfsspecifieke thema’s en bijhorende uitdagingen, werken we aan een steeds betere verstandhouding, kennis en wederzijds begrip tussen beleid en praktijk.

De eerste halte was het gemengd bedrijf van de familie Verhelst in Roeselare. Naast drie hectare serres, en hun eigen productie van pootgoed en consumptieaardappelen, worden die laatste ook verwerkt tot frietjes. De verwerking kwam er bij toen zoon Gilles mee in het bedrijf stapte. De impact van die tak op de werklast binnen het bedrijf is niet te onderschatten. De installatie om te schillen, wassen, snijden en verpakken draait vijf dagen per week. De aardappelen worden gewassen met regenwater; de ‘propere’ lijn verbruikt boorputwater. Een waterzuiveringsinstallatie zorgt er voor dat een deel van het afvalwater kan hergebruikt worden. Zetmeel wordt gescheiden van water en wordt opnieuw gebruikt als veevoeder. Twee keer per jaar worden waterstalen genomen en gecontroleerd of het gezuiverde water voldoet aan alle opgelegde parameters.

Voedselveiligheid is een belangrijk item op bedrijven waar aan verwerking wordt gedaan. Vanuit het FAVV raadt men aan om contact op te nemen in de planfase, zodat de bedrijfsleider meteen de juiste start kan nemen. Dit is niet verplicht, maar vermijdt uiteraard wel meerkosten bij eventuele aanpassingen achteraf. Voor verwerking van aardappelen is een lastenboek van toepassing en mag een bedrijfsleider om de twee jaar een controle verwachten.
Wat de aanwezigen nog het meest verbaasde, is het feit dat Ignace Verhelst zijn eigen marketing en verkoop doet. “In plaats van ’s avonds voor de televisie te zitten, ga ik de baan op om klantencontacten te verzorgen en hier en daar stalen van onze frietjes te leveren”. En zo hebben ze het hele proces in handen: van aardappel tot friet, van veld tot verkoop.

Daarna hield onze bus halt bij plantenkwekerij Denolf. Kristof en Mieke vertelden hoe ze het ouderlijk bedrijf van Kristof verder hebben uitgebouwd tot de zes hectaren serres die het op vandaag telt. Per jaar gaan hier zo’n 100 miljoen plantjes de deur uit, van de meest diverse gewassen: alle soorten kolen, selder, venkel, courgette, sla, … De plantenkwekerij staat aan het begin van de keten, wat betekent dat kwaliteit heel belangrijk is. Zo is het type potgrond van groot belang en wordt automatisch gezaaid.

Het bedrijf van Kristof en Mieke ligt op twee locaties. Toen op de eerste locatie uitbreiding niet meer mogelijk was, wilden ze oorspronkelijk een tweede locatie op een open veld. Omwille van behoud van open ruimte bleek dat niet mogelijk. Een paar jaar later konden ze een bestaande serre kopen en ook de aanpalende grond. Maar de buren waren ongerust over de plannen en dienden een aantal bezwaren in. De serres kwamen verder van de weg te staan, zodat de uitbreiding toch kon doorgaan. Kristof: “Zij schrokken blijkbaar van onze plannen en wij waren wat geschrokken van de reacties. We hadden de buren inderdaad niet vooraf ingelicht en dat zouden we een volgende keer zeker anders aanpakken. Maar later hebben we hen uitgenodigd op het bedrijf en alles goed doorgesproken. En nu loopt alles vlot.”

Een plantenkwekerij van die omvang, daar komen vast wat medewerkers aan te pas? Inderdaad, naast een aantal vaste medewerkers, doen Kristof en Mieke ook beroep op seizoenarbeiders. En dan stelt zich het probleem van huisvesting. Wettelijk gezien is het niet verplicht om huisvesting te voorzien, maar als een bedrijfsleider goede medewerkers wil aantrekken om op zijn bedrijf gedurende een drietal maanden te werken, komt het er in de praktijk op neer dat hij eigenlijk best wel huisvesting voorziet. Nieuwe wetgeving legt heel wat verplichtingen op: EPB-regels, minimale oppervlakte, brandveiligheid, … Op vandaag is er huisvesting voor drie seizoenarbeiders nodig op de plantenkwekerij, maar voldoet die niet aan de recentste wetgeving. De totale oppervlakte van de wooncontainer is voldoende, maar de slaapkameroppervlakte per persoon ligt wat te laag. Daarom voorzien de bedrijfsleiders in de geplande nieuwe loods een volledig nieuwe huisvesting die wél voldoet aan de wetgeving. Een meerkost van ongeveer 12.000 euro per persoon…

Tenslotte eindigden we op het melkvee- en zuivelverwerkingsbedrijf van Koen en Greet Dendauw – Scheirlynck. Daar hadden we vooral oog voor het energievraagstuk van het bedrijf. Sinds een paar jaar hebben Koen en Greet een nieuwe stal gebouwd en werken ze met een melkrobot. Maar wat meest tot de verbeelding spreekt, is de pocketvergister. Deze kleinschalige vergistingsinstallatie zet verse koeienmest om in elektriciteit en warmte. Het restproduct, digestaat, wordt overdekt opgeslagen en kan achteraf gewoon toegepast worden zoals andere dierlijke mest. Er is verse mest nodig van zo’n 60 à 65 koeien om de vergister dagelijks voldoende te ‘voeden’. En dat komt goed uit, want de melkrobot kan ook ongeveer dat aantal dieren aan. De zonnepanelen op het dak vullen de rest van de elektriciteitsbehoefte aan. De melkrobot, de voederschuiver en uiteraard de verwerkingstak vragen namelijk nogal wat energie.

Is zo’n pocketvergister dan dé oplossing om energieneutraal te worden in de melkveesector? Wel, zo gemakkelijk ligt het natuurlijk niet. De terugverdientijd is gunstig, ook dankzij de subsidiemogelijkheden, maar de min of meer constante productie moet ook passen bij je energieverbruiksprofiel. Elk bedrijf heeft namelijk zijn specifieke situatie en de verschillende mogelijkheden moeten telkens goed doorgerekend worden. Maar Koen en Greet zijn alvast heel tevreden over hun investering.

De aanwezigen waren in elk geval tevreden om in een beperkte tijd zicht te krijgen op drie heel uiteenlopende bedrijven met hun eigen problematieken en uitdagingen. Of zoals een deelnemer het verwoordde: “Dit zijn drie bedrijven met een missie. En met veel passie”.

 


DSC01595.jpg

DSC01562.jpg

LOGOBAND_schoonboeren.png
Schoon_boeren_logo.jpg