NieuwsDegroote Elise, Verhaeghen Bart, donderdag 17 maart 2016

Viering luidt jubileumjaar in



Artikels

Op vrijdag 11 maart vond in Inagro een startviering plaats naar aanleiding van 60 jaar onderzoek in Beitem en 5 jaar Inagro. Zo’n 165 genodigden woonden de zitting bij, waaronder ook Vlaams minister van Omgeving, Natuur en Landbouw, Joke Schauvliege.

Viering luidt jubileumjaar in

De gedeputeerde voor landbouw en visserij, Bart Naeyaert, mocht de spits afbijten. In zijn welkomstwoord ging hij terug tot in 1956, de start van het _INA2415.JPGpraktijkcentrum in West-Vlaanderen. Onderzoek en voorlichting beperkten zich toen tot nijverheidsteelten (vlas, hop en tabak). In 1973 werd de werking verruimd en ging het centrum zich toespitsen op economisch relevante teelten in de provincie. Later kwam daar ook aandacht voor maatschappelijke thema’s bij, zoals milieu en ecologie.

In 2011 kreeg het Provinciaal Onderzoeks- en Voorlichtingscentrum voor Land- en Tuinbouw (POVLT) een nieuwe structuur. Eén extern verzelfstandigd agentschap legt zich sindsdien toe op onderzoek en voorlichting in verschillende sectoren. Daarmee onderstreepte de gedeputeerde de positie van Inagro in het Vlaamse onderzoekslandschap: het is het enige centrum dat onderzoek doet in zo’n diversiteit aan sectoren.

Daarnaast had de gedeputeerde het over het groeiende belang van Inagro voor West-Vlaanderen. “Het beleid van Inagro wordt gedragen door de hele provincieraad, over alle partijgrenzen heen. Dat illustreert hoe belangrijk landbouw nog steeds is voor onze provincie. Het onderzoekscentrum is een paradepaardje voor de provincie en dat zal nog meer het geval zijn na de provinciale hervormingen”, klonk het. Tot slot wees hij ook op het belang voor de land- en tuinbouwers. Inagro bestaat door en voor de landbouwers en is altijd gericht op het beantwoorden van hun vragen.

Evoluties in het onderzoekscentrum

Daarna nam Mia Demeulemeester, afgevaardigd bestuurder, het woord. Zij ging in op de recentste evoluties in het onderzoekscentrum, met de introductie van Inagro in 2011 als startpunt. Zo had ze het onder meer over onderzoek naar nieuwe teelten als soja en quinoa, de uitbreiding van de afdeling “dierlijke productie” dankzij de oprichting van de VarkensAcademie en de uitwerking van aquacultuur en de stijging van het aantal stalen in het labo. Ze wees ook op het belang van het samenwerkingsplatform “Agrolink Vlaanderen”, waarin onderzoeksinstellingen kennis uitwisselen en maximaal zoeken naar samenwerking. Tot slot maakte ze van de gelegenheid gebruik om alle financiers en stakeholders te bedanken.


Debatten met sectorspecifieke thema’s

_INA2438.jpgDe viering ging verder met vier debatten over de toekomstige rol van Inagro in de landbouwsector. Voor elk debat, met een specifiek thema, nodigde Inagro specialisten ter zake uit. Karl Vandenberghe modereerde de gesprekken. We zetten kort de thema’s, de panelleden en de belangrijkste conclusies op een rij.

 

 

  1. Ecologie

    De aandacht voor ecologie is de laatste 20 jaar sterk toegenomen. Hoe gaat de boer daarmee om? Werkt de regelgever voldoende samen met de praktijk om de haalbaarheid van de wetgeving na te gaan? Hoe kunnen onderzoek en voorlichting bijdragen tot verantwoorde regels en wetten en de implementatie ervan?

    Panelleden Nico Bogaert (VLM West), Bart Naeyaert (gedeputeerde voor landbouw en visserij), Guido Lammerant (akkerbouwer en lid Raad van Bestuur Inagro) en Renaat Devreese (bioboer) bogen zich over de materie.

    Uit het gesprek kwam een pleidooi om de landbouwer meer vrijheid te geven om doelstellingen te halen. In de huidige wetgeving legt de overheid de landbouwer heel wat reglementen op, waardoor die zich nogal snel vastgeketend voelt. De overheid zou zich moeten beperken tot einddoelstellingen. De landbouwer bepaalt dan zelf hoe hij de doelen kan bereiken. Zo komt de verantwoordelijkheid terug bij de landbouwer te liggen. Nico Bogaert wees erop dat in MAP V al duidelijke inspanningen gedaan zijn om in die richting te werken.

  2. Technologie

    Technologie beheerst momenteel de land- en tuinbouwsector. Smartfarming wordt vaak in één adem genoemd met ‘big data’. Zijn die evoluties wel een meerwaarde voor de landbouwer? Hoe hard lopen de zaken in Vlaanderen? En kunnen praktijkcentra als Inagro een rol spelen in de ontwikkeling en implementatie van precisielandbouw?

    Greet Ghekiere (directie Inagro), Thomas Hoeterickx (Productmanager smartfarming Hilaire Van der Haeghe), Jan Deconinck (wortelteler), Jurgen Van Gheyte (Instituut voor Landbouwonderzoek ILVO) en Pieter-Jan Maenhout (CNH) werden uitgenodigd om over onderwerp te debatteren.

    De panelleden waren het erover eens dat de aanwezigheid van de technologie geen probleem is. De grote uitdaging voor de landbouwer is wat hij met die gegevens doet. Momenteel heeft hij daarin nog te weinig inzicht. Praktijkcentra kunnen een rol spelen in smartfarming door de landbouwer te begeleiden bij de interpretatie van de data uit nieuwe technologie. Landbouwer Jan Deconinck merkte op dat de nieuwe technologie geen bedreiging moet zijn voor de essentiële zaken in de stiel: de voeling met de grond en de stielkennis blijven. Smartfarming is een belangrijke en noodzakelijke aanvulling, die de landbouwer er net op vooruit helpt.

  3. Marktgericht produceren

    Schaalverandering en meerwaardecreatie, verbreding en specialisatie, diversificatie en reconversie. Hoe denken versmarkt en verwerkende industrie over verschillende sporen als bio, nieuwe groenten en specifieke kwaliteitsklassen? Worden allerhande nichemarkten als oplossing voor de crisis overschat? Hoe moeten landbouworganisaties hun aandacht verdelen over de verschillende mogelijkheden?

    Paul Demyttenaere (directeur Reo Veiling), Bernard Haspeslagh (directeur ARDO), Johan Deweer (Melkveehouder en kaasmaker ’t Groendal) en Georges Van Keerberghe (Boerenbond) gingen rond de tafel zitten.

    Uit hun debat blijkt dat het niet de landbouwers, noch de grote bedrijven zijn die de afzet bepalen. Het is de markt die aangeeft wat er afgenomen wordt. Paul Demyttenaere spreekt liever niet over niche- en bulkproducten, aangezien beide hetzelfde doel hebben: tegemoetkomen aan de vraag. Volgens Bernard Haspeslagh wil de markt niet alleen een goede prijs-kwaliteitverhouding, maar wegen onzichtbare kwaliteitskenmerken zoals smaak, voedingswaarde en duurzaamheid steeds meer door.

    Het succes van landbouwproducten ligt dus in handen van de consument. En volgens nichespeler Johan Deweer is er nog ruimte: “hoe groter de landbouwbedrijven worden, hoe meer plaats er komt onderaan de markt voor kleinere spelers.”

  4. Voorlichting

    De landbouwondernemer heeft steeds minder tijd en is steeds meer een expert. Hoe kunnen we de voorlichting daarop afstemmen? Is digitaal hét medium? En wat is de meerwaarde van betaalde individuele begeleiding ten opzichte van gratis groepsvoorlichting?

    Daarover werd gedebatteerd met Elke Deraedt (lid Raad van Bestuur Inagro en landbouwster), Elien Vancaysele (kenniscoöperaties varkenshouderij Inagro), Marleen Mertens (Vlaamse overheid) en Hendrik Vandamme (voorzitter ABS).

    Het gesprek leert ons dat er zeker bereidheid is om kennis uit te wisselen in lerende netwerken. De aanpak van een collega zet namelijk aan tot nadenken en inspireert. Maar aangezien de vragen en uitdagingen van landbouwers steeds bedrijfsspecifieker worden, wint individuele voorlichting - ter plaatse, op het bedrijf - aan belang. Ook door de groeiende complexiteit van de materie krijgt mondelinge toelichting de voorkeur. Studiedagen en proefveldbezoeken blijven belangrijk om over moeilijke materie van gedachten te kunnen wisselen. “Objectieve en neutrale voorlichting, zonder commercieel karakter, dat is wat we zoeken,” voegde landbouwster Elke Deraedt er nog aan toe.

 

Joke Schauvliege: “Onmisbaar voor Vlaanderen, de provincie én de sector”

Na de debatten volgde een slotwoord van Joke Schauvliege, Vlaams minister van Omgeving, Natuur en Landbouw. Met een knipoog wees ze de aanwezigen op de evolutie in de foto op de uitnodiging. “Er is duidelijk heel wat veranderd in 60 jaar proefveldbezoeken. En wat me het meest bekoort, is de aanwezigheid van vrouwen op de recente foto.”

hoofdslide.pngNet als Bart Naeyaert benadrukte ze het belang van Inagro: niet alleen voor de provincie, maar ook voor Vlaanderen is en blijft de rol van praktijkcentra belangrijk. Bovendien is onderzoek onmisbaar om de sector vooruit te helpen en oplossingen te bieden aan de land- en tuinbouwers. Ze herinnerde ons ook aan de financiële middelen die Vlaanderen en Europa vrijmaken om het onderzoeks- en voorlichtingswerk te ondersteunen. Tot slot bedankte ze de land- en tuinbouwers voor het vertrouwen in de praktijkcentra.

Na overhandiging van een geschenkmand met “100% West-Vlaams, Hoeve- en streekproducten” aan de minister nodigde Mia Demeulemeester de aanwezigen uit voor de receptie. Met een hapje en een drankje werd gezellig nagepraat. Bij vertrek kreeg iedereen ook het jaarverslag 2015 mee.