De aanhoudende droogte van afgelopen zomer heeft de ruwvoerproductie op veel melkveebedrijven getekend. Een tekort aan ingekuild gras of maïs en een ondermaatse kwaliteit van de maïskuil maakt het uittekenen van een gebalanceerd rantsoen moeilijk. De analyseresultaten van maïskuilen lopen sterk uiteen en roepen vragen op over de bruikbaarheid in de praktijk. Toch blijven ze een onmisbaar instrument om het rantsoen uit te rekenen. Een goede opvolging en terugkoppeling met resultaten uit de stal zal meer dan ooit noodzakelijk zijn.

Ruwvoer 2018: laat de maïskuil geen valkuil worden

Ruwvoer vormt een belangrijk onderdeel van het melkveerantsoen. Het levert essentiële nutriënten aan een aantrekkelijke prijs. De nutritionele samenstelling is echter onbekend en variabel. Andere voeders zoals natte bijproducten, enkelvoudige grondstoffen en krachtvoeders hebben een vrij constante en gekende voederwaarde. Om een productieve melkkoe van voldoende nutriënten te voorzien is het nodig ook de voederwaarde van het ruwvoer te kennen. Zo kan de veehouder een evenwichtig rantsoen samenstellen dat het productiepotentieel van de koe maximaal benut en de gezondheidsrisico’s minimaliseert. Dit levert de beste economische en ecologische resultaten. Het laat de veehouder ook toe de teelt, oogst en bewaring van zijn ruwvoer in de toekomst bij te sturen.

Maïskuil 2018
Naast kuilen van normale tot zelfs goede kwaliteit worden heel wat melkveehouders dit jaar geconfronteerd met slechte maïskuilen. Het vochttekort in de warme en droge zomermaanden resulteerde in snelle verdroging van de maïsbladeren. De kolfvorming was beperkt of afwezig. Deze maïs werd meestal al een maand vroeger dan normaal ingekuild. Door het kleiner kolfaandeel ligt het zetmeelgehalte in deze kuilen een stuk lager en het gehalte ruwe celstof hoger. De vroegere oogst levert door de jongere celwanden wel een betere verteerbaarheid, hoger gehalte ruw eiwit en vrij hoge VEM-waarde. Het valt echter af te wachten of de koeien deze aanwezige energie in de celwanden ook effectief kunnen benutten. De hoge passagesnelheid van het rantsoen bij hoogproductieve melkkoeien kan er immers voor zorgen dat de vertering onvoldoende is en de energie dus niet volledig beschikbaar is. Tijdig terugkoppelen op basis van melkproductie, melkparameters en vertering van het rantsoen via de mest is dus zeker aangeraden.

slechte_goede_maiskuil.PNG
Dit jaar hadden veel melkveehouders last van maïs van slechte kwaliteit: verdroogde maïsbladeren en weinig kolfvorming (foto links). Op sommige plaatsen was de maïs wel van goede kwaliteit (foto rechts).


Maïskuil met minder zetmeel
Een normale maïskuil bevat ongeveer 350 g zetmeel per kg DS, waarvan ¼ bestendig zetmeel is. Dit jaar zijn maïskuilen met minder dan 200 g zetmeel per kg DS zeker geen uitzondering. Door de beperkte korrelvorming en afrijping zijn heel wat suikers niet omgezet in zetmeel. Het suikergehalte zal dus hoger zijn waardoor de zuurtegraad (pH) van de maïskuil lager zal uitkomen. Om pensverzuring te vermijden wordt hier dus best rekening mee gehouden.
Het tekort aan zetmeel in de kuil wordt best aangevuld met maïs- of aardappelproducten. Deze leveren immers ook voldoende bestendig zetmeel. Maïsmeel en CCM zijn het eenvoudigst in te passen in het rantsoen. Als er 8,5 kg DS maïskuil per koe per dag gevoerd wordt die 240 g zetmeel per kg DS bevat in plaats van 350 g in een normaal jaar loopt het zetmeeltekort op tot 935 g zetmeel per koe per dag. Aanvullen met maïsmeel (600 g zetmeel/kg) betekent dus dat er anderhalve kilogram maïsmeel mag bijgevoegd worden. Starten kan hier met toevoegen van 1 kg maïsmeel waarna kan bekeken worden of 0,5 kg extra toevoegen een positief effect heeft op de productie. Let zeker ook op de structuurwaarde van het rantsoen!

Tekort aan graskuil
Een tekort aan graskuil op het bedrijf kan opgevangen worden door het inpassen van krachtvoergrondstoffen in combinatie met stro. De structuur die graskuil aanbrengt in het rantsoen moet immers ook ingevuld worden. De keuze van de grondstoffen hangt af van de kwaliteit van het ruwvoer dat wel beschikbaar is. Bevat de maïskuil minder zetmeel dan kunnen maïsmeel of CCM ook hier een oplossing bieden. Als er ruim voldoende kuilmaïs aanwezig is kan deze ook een deel van het gras in het rantsoen vervangen. Extra eiwitcorrectie zal dan wellicht aan de orde zijn en ook de structuurwaarde vraagt hier bijkomende aandacht. Aanvulling met wat stro kan nodig zijn.
Een goede inschatting van de beschikbare hoeveelheden ruwvoer is belangrijk om een planning te maken. Zo blijft gedurende de hele winterperiode graskuil beschikbaar en is ook in de zomermaanden nog voldoende maïskuil aanwezig.

Tekort aan maïskuil
Een tekort aan maïskuil zal meestal pas in de zomermaanden naar boven komen. Een graangewas ingekuild als GPS kan dan tegen de zomer van 2019 een aanvulling vormen in het rantsoen. Ook maïsglutenvoer kan kuilmaïs uitsparen. 1,5 kg DS maïsglutenvoer kan 4 kg DS kuilmaïs vervangen. Hierbij zal wel correctie nodig zijn om voldoende structuur in het rantsoen te behouden (extra graskuil of stro). Houd ook minstens 5 kg DS uit kuilmaïs in het rantsoen en vervang niet alle kuilmaïs door alternatieve producten.
Bij een tekort aan kuilmaïs zowel als kuilgras had dit eigenlijk aangevuld moeten worden door aankoop tijdens het seizoen. Ruwvoer uit de kuil is immers altijd duurder dan op stam. Overweeg naast de aankoop van ruwvoer ook altijd de aankoop van krachtvoeders of grondstoffen in combinatie met stro. Afhankelijk van de bedrijfsspecifieke behoeften en de situatie op de grondstoffenmarkten kan het voederen van goedkopere krachtvoer(grondstoffen) met stro, goedkoper zijn dan aankoop van ruwvoer uit de kuil. Hou er ook rekening mee dat tekorten in ruwvoer vaak pas volgend jaar een prijsverhogend effect hebben op de prijs van ruwvoer uit de kuil. Nu handelen om toekomstige tekorten op te vangen kan dus zeker lonend zijn!

Krachtvoer besparen
Ook de opvolging van krachtvoer is belangrijk. Binnen het Interreg-project PROTECOW onderzoeken we met de kennis van vier kennisinstellingen uit Vlaanderen en Noord-Frankrijk, en de ervaringen van melkveehouders in de grensregio, hoe we meer melk kunnen produceren met minder krachtvoeder. Zo leerden Belgische melkveehouders van hun Franse buren dat 25 gram krachtvoer per liter melk uitsparen, een jaarlijkse besparing oplevert van 12,5 ton krachtvoer bij een jaarproductie van 500.000 liter melk.

Conclusie
De droogte van 2018 weegt op de kwaliteit en beschikbaarheid van het ruwvoer. Toch zijn er veel alternatieven om het rantsoen aan te passen. Laat je hiervoor bijstaan door onze melkvee-adviseur en koppel tijdig terug met resultaten uit de stal!

Voor meer info, contacteer Eddy Decaesteker -  T. 051 27 33 86 - E. eddy.decaesteker@inagro.be.

Bron: Management & Techniek 21 – 19 november 2019, lees het volledige artikel
 
Logobanner_Protecow_V3.jpg
 

Documenten

Gekoppelde thema's & sectoren: Melkveehouderij