De velden wintergerst zijn al geoogst. De tarwe volgt snel. Ook de aardappelrooiers verschijnen in het straatbeeld. Het wordt dus tijd om na te denken over de groenbedekker die het best past bij jouw bedrijfsvoering.

Welke groenbedekkers kan je uitzaaien?

Waarom zaai je een groenbedekker in?
Mineralisatie (stikstofvrijstelling uit bodem organische stof) vindt plaats tot laat in het seizoen. Als geen gewas meer aanwezig is kan dit zorgen voor toenemende nitraatconcentraties in de bodem. Door de inzaai van een groenbedekker na de oogst van het hoofdgewas, zal deze nitraatvrijstelling (gedeeltelijk) gecompenseerd worden door N-opname via groenbedekkers. Daarnaast genereren de gewasresten van bepaalde groenbedekkers in een aantal gevallen een hoge C/N verhouding, hierdoor zullen deze resten stikstof gedurende de wintermaanden vastleggen. Bij het onderwerken van deze resten in het voorjaar zal een deel van de opgenomen stikstof opnieuw ter beschikking komen van het volggewas.

Groenbedekkers inzaaien
Voor de meeste groenbedekkers geldt dat ze goed gezaaid kunnen worden tot half augustus, daarna is er niet genoeg tijd om voldoende te ontwikkelen. Op tijd zaaien geeft vaak een vlotte beginontwikkeling en zorgt voor een goede onkruidonderdrukking. Vooral bladrijke groenbedekkers (bladrammenas, gele mosterd) starten snel.

Bij late inzaai is de keuze binnen het aanbod van groenbedekkers eerder beperkt. Wil men bij een laat zaaitijdstip toch nog een goede beginontwikkeling halen, dan zijn grassen en granen, en dan vooral Italiaans raaigras en rogge, zowat de enige mogelijkheden.

 

Groenbedekkers na tarwe
Graangewassen laten in de meeste gevallen een vrij stikstofarme bodem na. Aangezien voor een goede ontwikkeling, en dus ook een maximale stikstofopname,  groenbedekkers voldoende stikstof bij de zaai en opkomst nodig hebben, kan een beperkte startbemesting nuttig zijn.  Wettelijk gezien gelden verschillende bemestingsregels afhankelijk van de status van uw bedrijf (focusbedrijf of niet) en de grondsoort.

 

Groenbedekkers na aardappel
Aardappelen laten in de meeste gevallen een rijke bodem na. Dit omdat het wortelstelsel van aardappelen vrij lui van aard is. Het is daarom niet nodig te bemesten voor de inzaai van een groenbedekker. Verder zal het omwoelen van de bodem bij het rooien zorgen voor een piek in mineralisatie. Door de inzaai van een groenbedekker zal deze vrijgekomen stikstof benut kunnen worden.

Na aardappel is bladrammenas, gele mosterd of Japanse haver een goede groenbedekker. Een zo vroeg mogelijke inzaai verdient hier wel de voorkeur. Naar latere inzaai zijn grassen en rogge, of een combinatie van beide nog mogelijk.

 

Groenbedekkers na groenten
Ook groenten laten rijke bodems na. Het is daarom niet nodig om te bemesten voor de inzaai van een groenbedekker. Bij groenten in de rotatie vallen enkele mogelijkheden van soorten groenbedekker weg omdat deze behoren tot de familie van de koolgewassen (gele mosterd, bladkool).

Een vaak gebruikte groenbedekker binnen de groenteteelt is Japanse haver. Deze heeft ook als voordeel dat er iets later kan ingezaaid worden en dat er een onderdrukkende werking is voor het wortellesieaaltje Pratylenchus penetrans. Nadeel van Japanse haver is dat de inzaai duurder is.

Facelia is ook zeer populair als groenbedekker in rotaties met groentegewassen. De inzaai dient wel te gebeuren vóór september. Het zaaien mag niet te diep gebeuren maar het zaad moet wel goed bedekt worden. Een fijnkruimelig zaaibed en het gebruik van een aandrukrol is aan te raden. Tot aan het vierdebladstadium is de groei eerder langzaam, nadien kent hij een sterke groei. De doorworteling van de bovenste laag is behoorlijk intensief.

Zowel Facelia als goed ontwikkelde Japanse haver zijn vorstgevoelig en vriezen bij het begin van de winter volledig af. Onderwerken in het voorjaar vormt daarom weinig problemen.

 

Meer info

> Bekijk de uitgebreide brochure over groenbedekkers van het departement Landbouw & Visserij.
> Lees meer op de website van het departement Landbouw & Visserij.
> Neem contact op met onze adviseur Franky Coopman via 051 27 33 45.



Gekoppelde thema's & sectoren: Bodem En Bemesting