Aardappelen variabel planten betekent dat de plantafstand in de rij binnen een perceel wordt aangepast naargelang het verwachte opbrengstpotentieel. Een aantal plaatsen op een perceel hebben een ‘afwijkend’ opbrengstpotentieel. Denk bijvoorbeeld aan rijpaden, schaduwrijke plaatsen en wisselende grondsoorten. Door de plantafstand op die plaatsen aan te passen aan het opbrengstpotentieel kan je teleurstellende opbrengsten vermijden. In dit nieuwsbericht leer je wat je kunt doen.

Variabele plantafstanden op een aardappelperceel

Verwacht je een lagere opbrengst, dan kan je wijder planten. Verwacht je een hogere opbrengst, dan kan nauwer planten hogere opbrengsten garanderen met homogenere maatsortering. Door variabel te planten willen we enerzijds duur pootgoed kunnen besparen waar mogelijk of anderzijds de kwaliteit, totale opbrengst en uniformiteit van de uiteindelijke oogst kunnen verbeteren.

 

Variabel planten naast het rijpad (hoger opbrengstpotentieel)
Om bespuitingen uit te voeren kan je gebruikmaken van rijpaden. De eerste en vierde rij van de plantmachine worden dan weggelaten bij het poten. De vrije rijen vormen de rijpaden. Een voordeel is onder meer dan je het veld onder alle omstandigheden kunt betreden voor de bespuitingen, omdat je er met brede banden kunt rijden.

De aardappelplanten links en rechts naast het spuitpad (en de rijen tussen het spuitpad) krijgen meer licht, nutriënten en water. Daardoor hebben die planten een hoger opbrengstpotentieel in combinatie met minder uitval. In die rijen mag de plantafstand dan ook nauwer zijn om zo een homogenere maatsortering te bekomen. Dat zou de opbrengstderving als gevolg van een groter onbeteeld oppervlak (door weglaten van rijen) kunnen compenseren.        

20180612_AKKALG_rijpad tractor.jpg        


     

Lager opbrengstpotentieel in schaduwplekken door bomen, drogere zones
Op de schaduwplekken is er minder licht, waardoor de opbrengst per plant lager is. Ook door andere bodemgebonden redenen kan het opbrengstpotentieel op een deel van het veld lager liggen (bv. droge plaats). Door minder aardappelen te planten in die zone stel je meer licht, water en mineralen per plant beschikbaar. Dat zorgt voor een hogere opbrengst per plant en lagere kosten voor het pootgoed, waardoor een hoger financieel rendement wordt behaald.      

20180612_AKKALG_bomenrij.jpg


Verschillende grondsoorten
Een aardappelgewas ontwikkelt zich anders op een zwaardere grond dan op een lichtere grond. Het optimale aantal stengels - of planten per m² - op zwaardere grond is hoger dan op een lichtere grond. Door de afstand in de rij te verminderen worden meer planten en stengels per m² bekomen en krijg je een homogener gewas en eindproduct.      


Eerste resultaten
In kader van het demonstratieproject "Precisielandbouw teelten openlucht (SMART Crops)" - gefinancierd door de Vlaamse Overheid - lagen er in 2017 drie proeven aan waarbij er variabel werd geplant in en naast rijpaden. Eén locatie werd aangelegd door Inagro en de andere twee door de partners PCLT en PIBO-campus.

Uit die proeven bleek dat dichter planten in de rijpaden zorgde voor een hogere opbrengst, maar dat dat de verloren plantrijen niet volledig kon compenseren. Rijpaden zorgden wel voor minder uitval in vergelijking met de klassieke spuitsporen.        


Proefvelden in 2018
In 2018 liggen er drie gelijkaardige proeven aan in hetzelfde demonstratieproject. De variabele plantafstand ligt 10 en 20 % dichter in en naast de rijpaden.

Daarnaast werd ook een nieuw project opgestart: een operationele groep met als specifiek thema "het variabel poten van aardappelen" (financiering door Vlaamse Overheid). In kader van dat project werden nog drie extra proeven aangelegd, waaronder twee door Inagro op percelen met rijpaden. Door het PCA werd een proef aangelegd waarbij andere plantafstanden werden gebruikt, afhankelijk van wisselende EC-waarden.

In de operationele groep vertrekken we vanuit de basis, namelijk landbouwers en loonwerkers die beschikken over een plantmachine (Grimme) die variabel kan poten (per plantelement). Vaak worden nog niet alle voordelen benut. De telers willen onder andere de diverse voordelen gekwantificeerd zien naar bijvoorbeeld totale opbrengst, uniformiteit van de sortering van de knollen en financiële voordelen. Via de kennis uit de nauwe samenwerking tussen de partners binnen die operationele groep kunnen meer landbouwers overtuigd worden van de voordelen.
   

20180612_AKKALG_logo_demoprojecten.jpg




 

       

Gekoppelde thema's & sectoren: Akkerbouw | Smartfarming