Sinds begin 2017 bundelen bodemspecialisten uit Vlaanderen en Nederland de krachten in het Interreg-project Leve(n)de Bodem. Kennispendelaars gaan op pad om landbouwers optimaal te ondersteunen in het behoud en de verbetering van hun bodemkwaliteit. Vorige donderdag kwamen de adviseurs bijeen in het Nederlandse Ossendrecht voor de opleiding “Train de trainer”. Daarin deelden ze verworven kennis om die daarna te toetsen aan de praktijk. Met de BodemIDee kunnen de kennispendelaars voortaan een betere diagnose stellen op de landbouwgronden.

Kennispendelaars Leve(n)de Bodem klaar voor actie

Een beter organisch stofgehalte, een betere bodemstructuur en een gezondere nutriëntenmix, dat streven de partners van het Interreg-project Leve(n)de Bodem na op de Vlaamse en Nederlandse landbouwpercelen. Daarvoor zetten ze kennispendelaars in, die gratis individuele begeleiding bieden aan agrarische ondernemers. 

BodemIDee zorgt voor objectieve beoordeling 
Hét werkinstrument van de kennispendelaars is de BodemIDee. Daarmee brengen de adviseurs de toestand van de bodem – en meer specifiek de bodemvruchtbaarheid – in kaart. “Bodemanalyses helpen de landbouwers uiteraard al een heel eind op weg, maar er is meer dan de nutriëntenstatus alleen,” verduidelijkt Mieke Vandermersch van de dienst Land- en Tuinbouw van de Provincie Vlaams-Brabant. “Via de BodemIDee maken we een onderscheid tussen chemische, biologische en fysische eigenschappen. Denk bijvoorbeeld aan de pH-waarde, het koolstofgehalte en de infiltratiesnelheid. We gaan ook na waarom er plasvorming ontstaat, welke wormen actief zijn en waarom er op bepaalde delen in het perceel mindere groei optreedt.”  
Per bezoek pakken de kennispendelaars een of twee percelen aan. Daarvoor rekenen ze op de actieve bijdrage van de landbouwer. Het resultaat van de BodemIDee is een ‘identiteitskaart’ die verschillende bodemparameters verenigt in een handig, overzichtelijk en praktijkgericht rapport. “Zo kunnen we concrete actiepunten bepalen in overleg met de landbouwer. Moet hij het perceel bijvoorbeeld bekalken, zijn teeltrotatie verruimen, storende lagen verbreken of een ander type groenbedekker gebruiken”, aldus Mieke. “De diagnose moet zorgen voor een gezond bodemleven en percelen die weerbaar zijn tegen ziekten en plagen.” 
BodemIDee.jpg
Figuur: De BodemIDee geeft een ‘diagnose’ van hetgeen goed zit en waar er werkpunten zijn.
Kennispendelaars benutten gebundelde kennis
Foto_trainer.jpgDe begeleiding van de kennispendelaars is gebaseerd op bestaande kennis. Dankzij het grensoverschrijdende karakter van het project kunnen de Vlaamse en Nederlandse kennispendelaars hun kennis met elkaar delen. Dat deden ze onder meer tijdens de opleiding “Train de trainer” op 25 januari in het Nederlandse Ossendrecht. Daarin kwamen verschillende aspecten van de bodem en bodemvormende processen aan bod.
“We hadden het bijvoorbeeld over de vertering van organisch materiaal, zoals compost, stalmest en groenbedekkers. Op dat vlak kunnen we de Vlaamse en Nederlandse landbouwers nog heel wat leren,” vertelt bodemspecialist Franky Coopman van Inagro. “Een goede vertering zorgt namelijk voor een gezonde bodem, met een actief bodemleven en een goede vruchtbaarheid.” 
Via de BodemIDee gaan de kennispendelaars op zoek naar de oorzaken van de slechte vertering van het organische materiaal. “We bekijken onder meer de pH-waarde en het zuurstofgehalte. Zo zorgt een pH van 6 of 7 voor een goede mix van schimmels en bacteriën en dus voor een betere vertering. Onvoldoende zuurstof wijst op een slechte vertering”, aldus Franky. Hoe beter landbouwers het organische materiaal verkleinen en inmengen, hoe vlotter het verteert. “Samen met de landbouwers gaan we op zoek naar oplossingen. We raden hen bijvoorbeeld aan om het organisch materiaal vooraf te bewerken met een schijveneg.” 

Ook tijd voor actie tijdens opleiding
De bodemvruchtbaarheid in kaart brengen betekent graven in analyses, maar zeker ook graven in de bodem zelf. Tijdens de opleiding “Train de trainer” brachten de kennispendelaars een bezoek aan een klei- en een zandperceel, waarop voor de winter al een groenbemester ingeploegd werd. De adviseurs stelden er de verschillen tussen de bodemtypes vast.
“Door de natte omstandigheden van de voorbije winter kon er weinig zuurstof in de kleibodem dringen. Dat was duidelijk in het profiel: een blauwe, zuurstofarme en muf ruikende bodem is een zichtbaar gevolg van een slechte vertering van het organische materiaal”, vertelt bodemspecialist Bram Van Nevel van Inagro. “De zandleembodem heeft een meer open structuur, waardoor er voldoende zuurstof kan indringen. Dat bevordert de afbraak van organisch materiaal.” Andere vaststellingen tijdens het veldbezoek waren de aanwezigheid van verschillende types regenwormen en van de gevolgen van een storende laag op de beworteling (figuur). 
Collage_regenwormen_lr.png 
Figuur: Verschillende types regenwormen: bouwvoorbewoners blijven actief in de bovenste laag, pendelaars zijn actief tot op zeer grote diepte (2 meter). 
Doe een beroep op de kennispendelaars!
Landbouwers die willen werken aan de bodenvruchtbaarheid van hun percelen, kunnen rekenen op gratis advies van de kennispendelaars. Vlaamse landbouwers kunnen terecht bij deskundigen van de Vlaamse agrarische praktijkcentra (Inagro, PCG, PCA, NPW vzw, Hooibeekhoeve, PIBO campus vzw). Nederlandse landbouwers kunnen een beroep doen op onderzoekscentrum Delphy of onafhankelijk adviseur Stefan Muijtjens.


> De gegevens van de kennispendelaars zijn te vinden op www.levendebodem.eu/kennispendelaars
> Meer info: www.levendebodem.eu.

levendebodem_tekstkader_klein.png


Met financiële steun van: 
financiers_levendebodem_012018.PNG
Gefinancierd binnen het Interreg V-programma Vlaanderen-Nederland, het grensoverschrijdend samenwerkingsprogramma met financiële steun van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling. Meer info: www.grensregio.eu 

De projectpartners:
partnerslvdbd.png


Gekoppelde thema's & sectoren: Bodem En Bemesting