De hellende percelen op de waterscheiding tussen IJzer- en Leiebekken hebben sterk te lijden onder erosie. Telkens het fel regent, stroomt er een aanzienlijke hoeveelheid vruchtbaar bodemmateriaal met het water mee van de akkers. De gevolgen zijn groot, zowel voor landbouwers, burgers, weg- en waterbeheerders als voor de waterkwaliteit. De bekkensecretariaten van IJzer- en Leiebekken, Inagro en VLM werken samen om erosie tegen te gaan. De nadruk ligt daarbij op een gebiedsgerichte werking in aandachtsgebieden.

Erosie aanpakken in het IJzer- en het Leiebekken

Iedereen wint bij erosiebestrijding

Door erosie gaan jaarlijks grote hoeveelheden vruchtbare bodem verloren. Met de bodemdeeltjes spoelen ook zaai- en plantgoed, meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen mee. Voor landbouwers betekent erosie niet alleen minder opbrengsten. Op langere termijn zorgt erosie ook voor een onomkeerbaar verlies aan bodemvruchtbaarheid.
 
Bij hevige regen veroorzaakt erosie modderstromen in lager gelegen woonwijken en op wegen. Grote hoeveelheden sediment komen in de waterlopen. Dat brengt hoge kosten met zich mee voor gemeenten, burgers en waterbeheerders.
 
Met de bodemdeeltjes komen nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen in de waterloop en vermindert de doorzichtigheid van het water, waardoor de biodiversiteit en het zelfreinigende vermogen van de waterloop afnemen.
 
Erosie prioritair aanpakken in de aandachtsgebieden
 
Het stroomgebiedbeheerplan 2016-2021 voor de Schelde bepaalt welke DSC02746_LR.jpgmaatregelen en acties prioritair nodig zijn in Vlaanderen om de toestand van de watersystemen te verbeteren en de overstromingsrisico’s te beperken. Daarbij is gekozen voor een gefaseerde en gebiedsgerichte aanpak. In het IJzer- en Leiebekken wordt ingezet op een goede watertoestand tegen 2027 in de zogenaamde aandachtsgebieden: afstroomgebieden van de Grote Kemmelbeek, Blankaart waterlopen, Poperingevaart en Heulebeek.
 
Inzetten op erosiebestrijding op de waterscheiding tussen IJzer- en Leiebekken draagt bij aan een verbetering van de waterkwaliteit in de aandachtsgebieden én het voorkomen van wateroverlast.

Van landbouwers wordt verwacht dat ze de bodem goed beheren en aangepaste teelttechnieken inzetten. Op de meest kritieke punten kunnen landbouwers of gemeenten onder meer grasbufferstroken, erosiepoelen en dammen aanleggen. Die vermijden dat bodemdeeltjes afstromen naar woonwijken, wegen en waterlopen. Waar die maatregelen moeten komen, staat al beschreven in de gemeentelijke erosiebestrijdingsplannen, al verloopt de uitvoering ervan te traag.
 
Gebiedsgerichte aanpak versterken
 
De bekkensecretariaten van IJzer- en Leiebekken, Inagro en de Vlaamse Landmaatschappij sloegen de handen in elkaar en brachten op dinsdag 14 maart gemeenten, landbouworganisaties en andere betrokkenen bijeen op het terrein.
 
DSC02765_LR.jpgDe erosiecoördinator, deskundigen van de Vlaamse overheid en Inagro namen de deelnemers mee naar enkele mooie realisaties en gaven er toelichting. Vanuit hun kennis en praktijkervaring probeerden ze alle (praktische) vragen te beantwoorden. Zo willen ze gemeenten aanzetten om werk te maken van erosiebestrijdingsmaatregelen. Gemeenten kunnen zich daarbij laten ondersteunen door de intergemeentelijke erosiecoördinator en de erosiewerken laten subsidiëren via het Erosiebesluit. VLM kan landbouwers ondersteunen met subsidies bij de uitvoering van beheerovereenkomsten voor erosiebestrijding.
 
De bijeenkomst op 14 maart maakte duidelijk dat elke euro voor erosiebestrijding dubbel en dik terugverdiend wordt door minder schade, minder ruimingskosten en een verbetering van de waterkwaliteit.
 
De bekkensecretariaten maken verder werk van gebiedsgericht en thematisch overleg om erosie in de aandachtsgebieden in detail in kaart te brengen en de prioritaire percelen met directe invloed op de waterkwaliteit aan te duiden. Voor de Grote Kemmelbeek en de Heulebeek is het overleg al opgestart. Dit jaar wordt ook een overleg georganiseerd voor de Blankaart en de Poperingevaart.