De aanwezige kennis beter laten doorstromen naar de individuele land- en tuinbouwer, dat willen bodemspecialisten uit Vlaanderen en Nederland. Ze bundelen de krachten in een nieuw Europees project ‘Leve(n)de bodem’. Met diverse tools, kennispendelaars, ondernemersgroepen en talrijke demo’s reiken ze land- en tuinbouwers oplossingen aan voor een beter organisch stofgehalte, een betere bodemstructuur en een gezondere nutriëntenmix. Landbouwers kunnen hun interesse nu al kenbaar maken.

Leve(n)de bodem op elk perceel

Bodem en opbrengst: onlosmakelijk verbonden

De bodem is de voornaamste productiefactor voor de grondgebonden land- en tuinbouw. Om jaar na jaar tot goede gewasopbrengsten te komen, is de zorg voor de opbouw en het behoud van een kwalitatief goede bodem cruciaal. Daarnaast hebben innovatieve teelttechnieken, verbeterde rassen, minerale meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen en aangepaste machines sterk bijgedragen tot verhoogde gewasopbrengsten.
 
Innovaties hebben echter ook nadelige gevolgen, die leiden tot verminderde bodemkwaliteit. Die gevolgen zijn uiterst zichtbaar na slechte weersomstandigheden, zoals het natte voorjaar van 2016. Bij de inzet van middelen en machines is het van belang dat landbouwers rekening houden met de draagkracht van de bodem, zowel op fysisch, chemisch als biologisch vlak. Schade aan de bodem, zoals erosie, is immers moeilijk tot niet omkeerbaar. Door bedachtzaam om te gaan met de bodem houdt de landbouwer de bodemvruchtbaarheid en bodemkwaliteit in stand. Maar hoe kan hij dat concreet doen?
 
Beschikbare kennis gebruiken: van evaluatie naar actie
 
Via Europese en regionale projecten zijn onderzoekers in Vlaanderen en Nederland al jarenlang actief rond het thema bodem. Daarin gaan ze na wat de bodem nodig heeft om weerbaar te blijven. Kennis en inzichten uit praktijkonderzoek worden vertaald in talrijke tools, modellen en technieken. (Ter illustratie zijn een aantal voorbeelden opgenomen in de bijlage). Daarnaast brengen praktijkonderzoekers de landbouwers samen op demovelden voor de uitwisseling van praktijkervaring.
 
De beschikbaarheid van tools, modellen en technieken is slechts een begin. De landbouwer moet die  kennis op een eenvoudige manier kunnen implementeren in zijn bedrijfsvoering. Daaraan komt het Interreg-project Leve(n)de Bodem tegemoet. Tijdens de looptijd van het project kunnen landbouwers in de grensregio Vlaanderen-Nederland rekenen op een ruim aanbod aan gratis diensten rond het thema bodem:
  • Kennispendelaars zorgen voor individuele begeleiding op maat. Een deskundige (de ‘kennispendelaar’) maakt samen met de landbouwer een totaalplaatje van de huidige bodemconditie van het perceel. Dat leidt tot actiepunten, waarvoor de kennispendelaar en de landbouwer samen oplossingen zoeken. Kosten en opbrengsten van maatregelen worden goed afgewogen. Het team van kennispendelaars vormt de schakel tussen onderzoek en praktijk, en dat in de beide richtingen.
  • Leren van elkaar. In de gehele grensregio richten de uitvoerders van het project ondernemersgroepen op die samenkomen rond bodemgerelateerde thema’s, zoals peilgestuurde drainage, alternatieve manieren van bodembewerking en bodemstructuur. Zo ontstaat er kennisuitwisseling tussen Vlaanderen en Nederland, onderzoekers en landbouwers en landbouwers onderling. Bepaalde ondernemersgroepen gaan zeer intensief aan de slag op een of meer percelen, passen praktijkrijpe innovaties toe en wisselen onderling ervaringen uit.
  • Nieuwe uitdagingen, nieuwe oplossingen. Er komen steeds nieuwe technieken op de landbouwers af. De uitvoerders van het project zullen die nieuwigheden demonstreren op hun eigen velden of proefpercelen bij telers. Alle innovaties in bodemthema’s, zoals precisielandbouw, verdichting, bodemmoeheid en gewasrestenbeheer, kunnen aan bod komen in de veldexcursies.
 
Landbouwer, neem deel aan Leve(n)de Bodem
 
Landbouwers werken dagelijks met de bodem. De invloed van hun handelingen op de bodem is hun zorg. Het einddoel van het project is om samen met de landbouwers te komen tot een betere bescherming van de bodemkwaliteit, door bodemvriendelijke technieken en een goede gewasopbrengst hand in hand te laten gaan.
 
Het Interreg-project Leve(n)de Bodem loopt van 1 oktober 2016 tot en met 30 september 2019. Inagro, Provinciaal Proefcentrum voor de Groenteteelt Oost-Vlaanderen vzw (PCG), Hooibeekhoeve, PIBO-Campus vzw, Provincie Vlaams-Brabant en afdeling ALBON van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie  zijn de Vlaamse uitvoerders van het project. Voor Nederland zijn dat Proefboerderij Rusthoeve, Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie (ZLTO) en Delphy.
 
Het project staat open voor alle land- en tuinbouwers in de grensregio Vlaanderen-Nederland. Geïnteresseerden kunnen zich alvast inschrijven op de nieuwsbrief via www.levendebodem.eu. Daarnaast zijn ze welkom op de aftrap van het project. Het officiële startschot vindt plaats op 28 maart bij Inagro in Rumbeke, nabij Roeselare (West-Vlaanderen).
 
Wie vragen heeft over het project, een thema wil aanbrengen voor een ondernemersgroep in een bepaalde regio of een experiment wil laten uitvoeren op het eigen bedrijf kan contact opnemen met de uitvoerder in zijn regio:

 

Het project Leve(n)de bodem is gefinancierd binnen het Interreg V-programma Vlaanderen-Nederland, het grensoverschrijdend samenwerkingsprogramma met financiële steun van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling.” Meer info: www.grensregio.eu. Het project wordt voor 50 % gefinancierd door Europa. De overige 50 % wordt gefinancierd door de provincie Antwerpen, provincie Limburg, provincie Oost-Vlaanderen, provincie Vlaams-Brabant, provincie West-Vlaanderen en de Vlaamse Overheid. De Nederlandse provincies Zeeland, Noord-Brabant en Limburg.

financiers_LevendeBodem_lang_zondertekst_V2.png
 

partners_LevendeBodem_lang_zondertekst_V2.png

 






Gekoppelde thema's & sectoren: Bodem En Bemesting