Op 18 november nam de afdeling eetbare paddenstoelen van Inagro officieel haar intrek in nieuwe onderzoeksinfrastructuur. Die laat toe om beter in te spelen op de onderzoeksvragen van de champignonsector in West-Vlaanderen en ver daarbuiten. Met de investeringen in een grondige modernisering en uitbreiding van de onderzoeksfaciliteiten geven de Provincie West-Vlaanderen en de Vlaamse Overheid opnieuw een positief signaal aan de champignontelers.

Nieuwe onderzoeksinfrastructuur eetbare paddenstoelen bevestigt vertrouwen in de sector

Met de uitbouw van een onderzoeksafdeling voor eetbare paddenstoelen in 1972 speelde de Provincie West-Vlaanderen een belangrijke rol in de sterke groei en bloei van de sector in de jaren ’70 en ’80 in Vlaanderen. De teelt is sindsdien geëvolueerd en de bestaande infrastructuur van het proefcentrum beantwoordde niet meer aan de hedendaagse eisen op vlak van functionaliteit en duurzaamheid.

Een deel van de bestaande gebouwen werd afgebroken. De overblijvende infrastructuur werd uitgebreid en aangepast aan de sterk veranderde praktijkomstandigheden en de nieuwe technologieën op vlak van onderzoek. “Zo kunnen we de komende jaren relevant en performant onderzoek blijven uitvoeren naar de teelt van eetbare paddenstoelen”, vertelt afgevaardigd bestuurder, Mia Demeulemeester. “Door nieuwe onderzoeksdomeinen aan te snijden blijven we bovendien een belangrijke rol spelen als kennispartner voor onze Vlaamse bedrijven.”
 
Overheden spreken vertrouwen in de sector uit
 
De vernieuwingen kwamen er met de financiële steun van de Provincie West-Vlaanderen en de Vlaamse Overheid. Met die belangrijke investering bevestigen zowel het provinciebestuur als de Vlaamse overheid het vertrouwen in de toekomst voor de sector en in Inagro als centrum voor praktijkonderzoek.
 
PlukPdstInagro_LR.jpgBart Naeyaert, gedeputeerde voor Landbouw en Visserij in West-Vlaanderen licht toe: “Ooit was de West-Vlaamse champignonteelt een begrip in heel Europa. De sector heeft de laatste tien jaar echter een belangrijke sanering doorgemaakt. Vandaag is het aantal telers in Vlaanderen serieus gedaald, maar de totale productie van eetbare paddenstoelen is in onze provincie wel op peil gebleven.” Anno 2016 zijn de West-Vlaamse producenten nog steeds goed voor 51,4 % van de totale jaarlijkse champignonproductie in België. “Verschillende bedrijven gaan nu opnieuw investeren op vlak van schaalgrootte, teeltcyclus, logistiek en bedrijfsorganisatie. Telers en composteerders hebben dus nog steeds nood aan innovatief onderzoek zoals dat van Inagro.”
 
Daarnaast hebben de omringende landen - Nederland, Duitsland en Frankrijk - geen overheidsgesteunde, praktijkgerichte onderzoekinfrastructuur. “De werking van Inagro als uniek centrum voor praktijkgericht onderzoek en voorlichting wordt niet alleen in Vlaanderen, maar ook internationaal erkend en gewaardeerd”, aldus Bart Naeyaert. Dat was ook te merken aan de internationale opkomst op de officiële opening van de infrastructuur op 18 november.
 
De totale investering bedroeg meer dan 1,7 miljoen euro. De provincie West-Vlaanderen is de belangrijkste financier. Via het Vlaams Landbouw InvesteringsFonds (VLIF) van de Vlaamse Overheid kon het investeringsproject rekenen op 500.000 euro steun.
 
In overleg met de sector
 
Sinds de beginjaren houdt Inagro er een goede relatie op na met de champignontelers en toeleveranciers in West-Vlaanderen. “Compostbedrijven zijn van vitaal belang voor de champignonteelt. Door de milieu- en hygiënenormen en bijhorende investeringen is composteren voor individuele telers moeilijk haalbaar geworden. Die evolutie zorgde voor een schaalvergroting in de compostsector. Bovendien hebben de inspanningen van de compostbedrijven de afgelopen 10 à 20 jaar geleid tot compost van een goede, constante kwaliteit”, vertelt Patrick Sedeyn, onderzoeker in de afdeling. De voorbereidingen voor de modernisering gebeurden dan ook in nauw overleg met de sector. Daaruit kwamen drie grote thema’s naar boven.
 
proefopstelling effectiviteit muggen_LR.jpgTen eerste zal de strijd tegen ziekten en plagen opgevoerd moeten worden, bij voorkeur op een biologische manier. “Door onderzoek, hygiënemaatregelen en vooral door de steeds kortere teeltcycli is het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen drastisch teruggeschroefd. Schimmelziekten vormen echter een grote bedreiging voor de productie. Voorkomen van ziekten en plagen is dus een speerpunt in de moderne champignonteelt”, verduidelijkt Patrick Sedeyn.
 
Daarnaast is er meer kennis nodig om de kwaliteit van de basisgrondstof, de compost, te verbeteren. “We zijn permanent op zoek naar alternatieve grondstoffen voor de teelt van champignons. Op termijn moeten telers minder afhankelijk zijn van kostbare en uitputtelijke grondstoffen, zoals veengrond”, legt Patrick uit.
 
Ten slotte vragen de evoluties in de volledige land- en tuinbouwsector de nodige flexibiliteit en multifunctionaliteit van onderzoeksinfrastructuur. Op aangeven van de sector voorzag Inagro dan ook alle voorzieningen voor onderzoek naar het composteringsproces en daaropvolgende teeltprocessen. Patrick: “Tot op heden voerde onze compostleverancier de eerste fase van dat proces uit. Dankzij de nieuwe infrastructuur kunnen we nu zelf onderzoek doen naar de receptuur van het initiële grondstoffenmengsel, de omsluiting van de strocomponent (week maken, zodat het meer vocht kan opnemen) en innovatieve grondstoffen uittesten op hun bruikbaarheid in de champignonteelt.”
 
Er werd een nieuwe, moderne klimaatinstallatie geïnstalleerd in de bestaande teeltcellen en tunnels. Daarnaast zijn de drie nieuwe proefcellen voorzien van een sas met onder- of overdruk. “Bij efficiëntieproeven, waarbij we gezonde teelten infecteren met ziekten of plagen, is er zo geen risico op kruiscontaminatie of interne besmetting naar andere teelten”, aldus Patrick.

West-Vlaamse champignonsector houdt stand
 
Onder druk van goedkope import daalde het aantal Belgische champignonteeltbedrijven de voorbije twintig jaar stelselmatig van 137 naar 33. De helft van de resterende telers bevindt zich in West-Vlaanderen. Ook het aantal compostbedrijven daalde, met name van acht naar drie. Het aantal arbeidsplaatsen volgde dezelfde tendens. In 1996 waren zo’n 1300 werknemers in dienst bij de telers. Anno 2016 is dat aantal gezakt naar ongeveer 700. De huidige productie in België wordt geschat op 28 000 ton champignons. De 17 West-Vlaamse telers zijn jaarlijks goed voor zo’n 15 500 ton champignons.
 
Tot begin de jaren tachtig bedroeg de opbrengst zo’n 20 kilogram per vierkante meter in een teeltcyclus van 12 weken. Mede dankzij onderzoek naar bemesting, betere installaties, betere hygiëne, minder ziekten en een betere spreiding zijn opbrengsten van 30 kilogram per vierkante meter in een teeltcyclus van 6 weken vandaag geen uitzondering meer. Patrick Sedeyn: “Dankzij teelttechnische verbeteringen slagen we erin om 85% van de opbrengst te genereren in de twee eerste oogstweken. Sommige bedrijven hebben de teeltcyclus zelfs tot 4 à 5 weken teruggeschroefd.”
 
In België zijn de meest gekweekte eetbare paddenstoelen de witte champignon (ook wel ‘Parijse champignon’), de bruine champignon (ook wel ‘kastanjechampignon’) en de oesterzwam. “De kweek van die laatste soort startte in leegstaande gebouwen, waarin de teler de paddenstoel zijn natuurlijke gang liet gaan. De afgelopen tien jaar is de teelt geprofessionaliseerd, wat de kwaliteit en de prijs ten goede komt”, aldus Patrick Sedeyn. Daarnaast merkt het proefcentrum sinds twee jaar een boom in de interesse voor de biologische teelt van paddenstoelen.
 
Georganiseerde afzet via de veiling was een gevolg van de groeiende tendens in de champignonsector in de jaren zeventig. Het afzetkanaal vormde op zijn beurt een bijkomende stimulans voor verdere groei. Ook vandaag kiezen nog heel wat telers voor de verkoop van hun product via de coöperatie. Anderen leggen rechtstreeks contact met afnemers en een telersgroep heeft zich gespecialiseerd in de teelt voor de conserven- of diepvriesindustrie.
 
Onderzoek van Inagro slaat de brug tussen theorie en praktijk
 
De dienst eetbare paddenstoelen van Inagro heeft praktijkgericht onderzoek en voorlichting als kerntaken. Het proefcentrum staat de sector al jarenlang bij met onderzoek naar onder andere teelttechniek en teeltduurverkorting. “Een van de belangrijkste onderzoeken die tot op de dag van vandaag van toepassing zijn en wereldwijd gevolgd worden, is het temperatuurs- en tijdstraject van de conditioneringsfase”, vertelt Patrick Sedeyn. “Daarbij bekijken we de afbraak van ammoniak en de inbouw van gemakkelijk afbreekbare voedingscomponenten in de compost na conditionering.”
 
OpstellingWitteChamp_LR.jpgOok rassenkeuze en gewasbescherming staan al jaren hoog op de agenda van het proefcentrum. “Voor de jaren negentig werden voornamelijk makkelijk knoppende rassen gebruikt van een klein type champignons. Daarbij bedroeg de plukprestatie slechts rond de 10 kilogram per uur”, licht Patrick Sedeyn toe. “Vandaag kiezen telers voornamelijk voor rassen van middelgrote champignons. Daarbij beogen ze een goede oogstspreiding, zodat ze gedurende meerdere weken verschillende keren per dag kunnen plukken. Een maximale opbrengst met zo klein mogelijke plukkost is het uiteindelijke doel.”
 
Via de (betaalde) voorlichting kan elke producent een beroep doen op Inagro voor onder meer teeltondersteuning, bijstand bij certificering en analyses van compost, champignons en champost (de afgewerkte champignoncompost). Daarnaast voert de afdeling oriënterend onderzoek uit in opdracht van beleidsinstanties, bijvoorbeeld om beleidsbeslissingen te onderbouwen. Tevens zijn heel wat private toeleverende bedrijven vragende partij om hun beloftevolle onderzoeksresultaten uit het labo te laten uittesten in praktijkomstandigheden. Tot slot zet de dienst eetbare paddenstoelen de deuren open voor bezoekers en cursisten.
Gekoppelde thema's & sectoren: Eetbare Paddenstoelen