Net zoals in vele andere sectoren gebruikt de overheid ook in de land- en tuinbouwsector subsidies om ondersteuning te bieden aan maatschappelijk relevante activiteiten en om op een positieve manier beleidsmatig te sturen.

Bij de opstart van de Europese unie waren landbouwsubsidies zeer economisch geïnspireerd. Het doel van deze subsidies was voldoende aanbod en een lage kostprijs van voedsel te garanderen.

De laatste decennia werden de subsidie geheroriënteerd naar enerzijds een inkomenssteun en anderzijds naar de realisatie van milieukundige en andere randvoorwaarden.

Met andere woorden krijgen de land- en tuinbouwers een vergoeding vanuit de maatschappij voor diensten die ze leveren, maar waarvoor ze uit de markt zelf geen inkomsten kunnen halen.

Door het overhevelen van nationale landbouwbudgetten naar Europa, komen de meeste subsidies ook van Europa. De krachtlijnen hiervan liggen vast in het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) en de meerjarenbegroting die de EU steevast opmaakt.