De Europese Kaderrichtlijn Water schept een kader waarmee iedere lidstaat aan de slag is om tegen eind 2015 te komen tot een goede oppervlaktewater- en grondwaterkwaliteit.

Iedere lidstaat/regio vult dit momenteel op zijn manier in. Voor de landbouwsector in Vlaanderen vertaalt zich dit in een wettelijk kader rond:


Om de watervoorraden in een goede kwalitatieve en kwantitatieve toestand te houden is in Vlaanderen zowel het gebruik van water als het lozen van afvalwater gereglementeerd:



Winnen van water

  • Grondwater

Het oppompen van water uit filterputten maar ook uit open putten wordt als een grondwaterwinning beschouwd. Wordt het opgepompte water ook gebruikt op het bedrijf, dan moet deze winning geïntegreerd zijn in de milieuvergunning van het bedrijf.

Winningen uit ondiepe lagen en uit open putten worden vlot vergund. Maar de aangevraagde hoeveelheid moet wel in verhouding staan tot de bedrijfsactiviteiten.

Winningen uit kritische lagen (bv. Landeniaanwinningen in West-Vlaanderen) worden veel minder makkelijk hervergund. Vaak worden deze vergunningen beperkt zowel wat de looptijd van de nieuwe vergunning betreft als wat de toegelaten op te pompen m³’s betreft. Bij de heraanvraag van een dergelijke grondwaterwinning wordt – zeker voor klasse1-bedrijven – een wateraudit gevraagd.

Een dergelijke wateraudit kan door Inagro uitgevoerd worden.

Bij het vergunnen van een grondwaterwinning kunnen ook bijzondere voorwaarden opgelegd worden zoals het uitvoeren van peilmetingen, het maandelijks bijhouden van tellerstanden, het jaarlijks laten analyseren van het opgepompte grondwater, het uitvoeren van een proefboring en/of proefpomping, …

Het is belangrijk dat deze opgelegde voorwaarden tijdig uitgevoerd worden. Dit versterkt een dossier bij een hernieuwing. Eén van die bijzondere voorwaarden is de verplichting om de opgepompte hoeveelheid grondwater te registreren d.m.v. een geijkte en verzegelde teller. Sinds 1 januari 2012 geldt voor iedere grondwaterwinning een tellerplicht; dus ook op mobiele beregeningshaspels.

>>  Meer specifieke informatie over het winnen van grondwater op land- en tuinbouwbedrijven is ook terug te vinden op de website van de administratie duurzame landbouwontwikkeling.


  • Oppervlaktewater

Bij het winnen van oppervlaktewater (gracht, beek, rivier, kanaal) wordt een onderscheid gemaakt tussen een bevaarbare waterloop en een niet-bevaarbare waterloop die al dan niet in een polder of waterring gelegen is. Voor waterlopen die in een polder of waterring gelegen zijn wordt de winning van het oppervlaktewater geregeld door het plaatselijk politiereglement van de polder.

Voor het winnen van oppervlaktewater uit een niet-bevaarbare waterloop gelegen buiten een polder of waterring is geen vergunning of machtiging nodig. Wel is het zo dat er bij captatie geen afbreuk mag gedaan worden aan de rechten van de lager gelegen oevereigenaars. Vaste constructies die de captatie vergemakkelijken mogen enkel opgericht worden na toelating van de waterloopbeheerder.

Voor het winnen van oppervlaktewater uit een bevaarbare waterloop moet een melding gebeuren bij of is een vergunning nodig van de waterbeheerder.

>>  Meer specifieke informatie over het winnen van oppervlaktewater is terug te vinden op de website van de administratie duurzame landbouwontwikkeling.

 

Lozen van afvalwater

Afvalwater dat niet met mest vervuild is kan geloosd worden. Het lozen van het afvalwater is gereglementeerd door Vlarem. Wenst een landbouwbedrijf – al dan niet na zuivering – bedrijfsafvalwater te lozen, dan moet deze lozing opgenomen zijn in de milieuvergunning. De aanwezigheid van stikstof- en fosforverbindingen in het te lozen afvalwater zal mee bepalen of de lozing moet vergund worden als een lozing van afvalwater met of zonder gevaarlijke stoffen. Afhankelijk van de vuilvracht en het debiet van het te lozen afvalwater, is een andere rubriek van toepassing.

>>  Detailinformatie over welke vergunning noodzakelijk is en aan welke voorwaarden moet voldaan worden is terug te vinden op de website van de administratie duurzame landbouwontwikkeling.

 

Heffingen op watergebruik en watervervuiling

  • Om verspilling tegen te gaan int Vlaanderen op verschillende waterbronnen heffingen voor het gebruik: de grondwaterheffing en de heffing op het capteren van oppervlaktewater. Deze heffingen worden berekend op basis van het opgegeven waterverbruik.


De heffing op het oppompen van grondwater wordt gedifferentieerd naar de laag waaruit gepompt wordt en het gebied waarin de winning zich bevindt.
>> De gedetailleerde manier van berekenen is terug te vinden via de website van vmm

De heffing op de gecapteerde hoeveelheid oppervlaktewater uit een bevaarbare waterloop wordt berekend op basis van de opgepompte hoeveelheid.
>>  De juiste bedragen zijn terug te vinden via de website van de administratie duurzame landbouwontwikkeling

Wordt water gecapteerd uit een oppervlaktewater dat gelegen is binnen een polder of waterring dan wordt de heffing op het gebruik bepaald door het reglement van de polder.

 

  • Voor alle gebruikte water wordt ook een afvalwaterheffing aangerekend. Deze heffing staat los van de waterbron. Het maakt niet uit of er gewerkt wordt met leidingwater, grondwater, regenwater of oppervlaktewater. De meeste landbouwbedrijven worden belast op basis van forfaitaire vervuiling. Dit wil zeggen dat afhankelijk van de bedrijfstakken op het bedrijf van een veronderstelde vervuiling uitgegaan wordt die naar heffingsbedragen wordt verrekend. Zijn er meerdere landbouwtakken aanwezig op het bedrijf, dan wordt het waterverbruik verdeeld over deze sectoren in functie van het verbruik.

    >> Meer informatie over de heffingsbedragen is terug de vinden op de website van de vmm.



Watertoets

Om na te gaan of nieuwe verhardingen of gebouwen geen bijkomende wateroverlast opleveren, wordt bij iedere bouwaanvraag een watertoets uitgevoerd.

>> Meer informatie hierover is terug te vinden op www.watertoets.be.



Opvangplicht van hemelwater bij een nieuwbouw

Bij nieuwbouw of het aanleggen van nieuwe verharding worden in de bouwvergunning voorwaarden opgelegd. Het regenwater dat op deze verharding valt wordt bij voorkeur opgevangen voor gebruik, het overtollige regenwater wordt daarna naar een infiltratievoorziening gestuurd. Wat hier nog niet kan gebufferd worden, mag dan vertraagd afgevoerd worden naar oppervlaktewater.

>> De formulieren kan je hier downloaden.